Zaterdag 7 februari 2026 - 5e ZONDAG DOOR HET JAAR.
Lezingen: Jesaja 58, 7-10; 1. Korintiërs 2, 1-5; Matteüs 5, 13-16.
Misschien zijn er ouderen onder ons die zich nog de vraag herinneren uit de godsdienstles op school: 'Waartoe zijn we op aarde? Het antwoord luidde aanvankelijk: 'Om in het hiernamaals gelukkig te zijn'. Ons aardse leven werd gezien als een voorbereiding op de eeuwigheid. In een latere uitgave van het catechismusboekje werd daaraan toegevoegd 'Om hier en hiernamaals gelukkig te zijn'. Daar leek het gisterenavond een beetje op. In Italië alom blijde, gelukkige gezichten; en wij werden bij het zien ervan wellicht meegenomen. Daarbij echter toch de vraag: Wordt er door ons, mensen van nu, alles aan gedaan om gelukkig te zijn?
Onze hedendaagse ervaringen tonen aan, dat -naast het vele goede dat we ondervinden- er ook veel te wensen overblijft. Dat was en is niet alleen gisteren en vandaag zo,, dat zaal ook morgen zo zijn. Onze mensengeschiedenis laat dat zien en geeft aanleiding te verwachten dat dat zo blijft tot het einde der tijden. Ook de verhalen in onze de H. Schrift van vandaag blijkt weer, dat gelukkig zijn en daaraan werken ook in het verleden niet vanzelfsprekend was. Om daaruit een voorbeeld te noemen: na terugkeer in eigen land en Jeruzalem uit ballingschap in andere landen ging het herstel niet vanzelf. Na de vreugde van de terugkeer begon het herstel pas. (Denk aan de terugkeer van vluchtelingen naar hun eigen land, bv. Syrië). De deels verwoeste stad en tempel moesten opnieuw opgebouwd worden. Men had in den vreemde ook nieuwe ideeën opgedaan en die strookten niet altijd met die van degenen die achtergebleven waren. De vraag deed zich voor, zoals ook inde tijd van nu, 'wat moet behouden blijven, wat vernieuwd?. Men kon echter niet met de handen in de schoot blijven zitten. Het goede moest worden 'gedáán'. Men moest bereid zijn samen te werken en het leven met elkaar te delen waar het ook maar nodig was.
Iedere tijd had zo zijn eigen noden. In vroegere tijden toen er nog geen hotels en 'bed en ontbijt-gelegenheden waren was de gastvrijheid inclusief voedsel en kleding belangrijk. (Denk tegenwoordig aan de voedselbank en 2e handskledingwinkels voor de mensen met een smalle portemonnee). Als de levenshouding van goedheid en betrokkenheid op elkaar 'gedaan' worden, kunnen we ons gelukkig voelen. Wij zijn geen verzameling individuen die ieder voor zich leven; we zijn sociale wezens die elkaar nodig hebben. Dat wordt zichtbaar in de lezingen van vandaag. Nogmaals, iedere tijd heeft zijn eigen noden. Als we de dingen doen die in ónze tijd nodig zijn dan doen we heel veel goeds en leven we in het Rijk van God. Wat betekent dat? Het zou fijn zijn als we in deze tijd van oorlog en geweld ook in ons innerlijk mensen van vrede zouden zijn. Het zou fijn zijn als we -ieder naar eigen vermogen- verantwoordelijkheid nemen voor de grote problemen van onze tijd zoals het omgaan het milieu en schepping. Het zou fijn zijn als we ons verantwoordelijk weten voor de zwakkeren in de samenleving en het mogelijk maken dat de overheid voor allen kan blijven zorgen. Het zou fijn zijn als we zorgen voor onze eigen lichamelijke en geestelijke gezondheid door een wijze manier van omgang met al datgene wat op ons afkomt, aandacht van ons vraagt; maar ook goed omgaan met de tegenwoordige neiging om voortdurend in de aandacht van anderen te (moeten) staan. In 'het goed met onszelf, mensen en dingen omgaan beantwoorden we aan de aanwijzingen uit onze heilige Schrift. Daardoor zal 'gerechtigheid voor ons uitgaan', 'wordt ons gebed gehoord' omdat het overeenstemt met wat God voorstaat; op die manier kunnen we heilvolle accenten zetten in onze samenleving, hongerigen verzadigen, mistroostigen troosten, een licht zijn in duisternis, zout der aarde. Dat zal ons gelukkig maken en beantwoorden aan waartoe wij op aarde zijn. Amen.
Pastoor Reijnen
___________________________________________________________________
Zaterdag 31 januari 2026 (Nijswiller) - 4e zondag door het jaar- Blasiuszegen
Lezingen: Sefanja 2,3 en 3, 12-13; 1 Kor 1, 26-31; Matteüs 5, 1-12a.
Beste mensen, zorgen om ons bestaan en het zoeken naar oplossingen horen bij het leven, in het klein en in het groot. We moeten elke dag aan de slag om ons bestaan leefbaar te houden. Dat betreft zowel ons materiele bestaan als onze lichamelijke en mentale gezondheid. Dat is vaak niet eenvoudig bij alles wat op ons afkomt en onze aandacht vraagt. Onze tijd van redelijke welvaart van velen biedt mogelijkheden en verandert snel. We koesteren onze vrijheid om ons leven in te richten, maar moeten ook voortdurend oppassen om niet geleefd te worden door wat op ons afkomt. Hoe vrij zijn we eigenlijk? Hoe vullen we onze vrijheid zodanig in dat we zinvol leven? In de boekwinkel van klooster Wittem vallen de talrijke boeken op van raadgevers op het gebied van de lichamelijke en geestelijke gezondheid. Daar is klaarblijkelijk veel vraag naar.
De lezingen uit onze heilige Schrift hebben een eigen kijk op genoemde vragen. Zij geven raad, omtrent een houding die ons leven fundament geeft en ons draagt. Die houding wijkt af van de eisen die de huidige tijd ons voorhoudt als zaligmakend: materieel je alles kunnen veroorloven, maatschappelijk en in de wereld van het vertier een positie bekleden waarin je 'gezien' wordt of tegen je wordt opgekeken. In onze heilige Schrift gaat het over levenshoudingen, die ons leven kunnen in welke omstandigheden we ook verkeren. Ze hebben a.h.w. eeuwigheidswaarde. Het zijn de zogenoemde 'Zaligsprekingen' die we vandaag vinden in het Evangelie van Matteüs.
We lazen deze tekst op het feest van Allerheiligen, 1 november, omdat onze heiligen zich erdoor hebben laten leiden. Het waren mensen gewone mensen zoals iedereen van ons; ze waren bijzonder door hun manier van leven, van omgang met zichzelf, met anderen en met de schepping. Het waren mensen 'arm van geest, d.w. zonder vormen van zelfverheffing. Zij kenden hun plaats in Gods schepping. In Jezus' komst onder ons zagen zij Gods liefde. In navolging van Jezus' manier van leven wisten zij zich geroepen tot liefde jegens God en medemens. Daarom waren ze barmhartig in de omgang met zichzelf en hun medemensen. Daarom waren ze brengers van ware vrede, geworteld in waarheid en waarachtigheid. Daarom hebben ze het uitgehouden bij tegenstand en vervolging. Daardoor maakten zij deel uit van het Rijk van God. Welnu, de heiligen zijn ons voorbeeld in manier van leven. Verschillend in hun omstandigheden en mogelijkheden vertegenwoordigen zij de grondhouding van alle leerlingen van Jezus, dus ook van ons. We zijn hier bijeen om samen ons geloof te beleven, ons te laten inspireren door de lezingen uit de heilige Schrift, samen Brood van Leven met elkaar te delen. Daardoor gesterkt kunnen we ons dagelijks leven weer opnemen te midden van degenen die bij ons horen. We doen veel dezelfde dingen als iedereen, maar als christusgelovigen zijn wij ertoe geroepen accenten te leggen van eenvoud, van barmhartigheid, van vrede, van volhouden in hoop in moeilijke tijden (denk aan Oekraïners, aan vervolgden door vijanden gerechtigheid). Ook wij horen thuis in het Rijk van de hemelen. Onze wereld, die wij momenteel ervaren als vol van regimes en vol van mensen die gewelddadig zijn en anderen naar het leven staan, vol van slachtoffers en verwoesting, heeft andere accenten nodig, accenten van liefde. Mogen wij pretentieloze mensen zijn; mensen van gerechtigheid, barmhartigheid en vrede. Mogen we het uithouden in de beproevingen, die het leven met zich meebrengt, mogen we mensen zijn die thuis horen in het Rijk der hemelen en zo meewerken aan de definitieve komst ervan. Amen.
Pastoor Reijnen
___________________________________________________________________
Zaterdag 24 januari 2026 - 3e zondag door het jaar
Lezingen uit Jesaja 8,23b – 9,3 en Matteüs 4,12-23 of 4,12-17
Voorganger: Pastoor-deken Lipsch
Overweging niet ontvangen
___________________________________________________________________
Zaterdag 17 januari 2026 - 2e zondag door het jaar
Lezingen Jesaja 49, 3.5-6; 1 Korintiërs 1, 1-3; Johannes 1, 29-34.
INLEIDING. Bij het doornemen van beide lezingen van vandaag kwam bij mij de vraag uit de oude schoolcatechismus naar boven: 'Waartoe zijn we op aarde'. De profeet Jesaja heeft het over zijn eigen roeping en die van zijn volk. De Evangelist Johannes vertelt over het getuigenis over Jezus van Johannes de Doper. In de overweging gaan we daar nader op in.
OVERWEGING. Er zijn twee voorbeelden waaraan ik probeer de beide lezingen uit te leggen: het eerste voorbeeld is de roeping van Israël en zijn profeten; het tweede voorbeeld ontleen ik aan de toespraak van paus Leo voor de diplomaten geaccrediteerd aan het Vaticaan.
Waarschijnlijk ervaart ieder van ons, beste mensen, een flinke kloof tussen waar we naar verlangen, een wereld van gerechtigheid en vrede, en de werkelijkheid van nú. Om maar het 1e voorbeeld te noemen: Er is veel te doen over het hedendaagse regime van Israël en van de kolonisten en hoe ze omgaan met de Palestijnen. Het betreft m.n. Gasa en de Westelijke Jordaanoever. Men spreekt van genocide en het onrechtmatig innemen van gronden in het bezit van de Palestijnen. Men vergelijkt zelfs het lot van de Joden gedurende de 2e wereldoorlog (1940-1945) met het lot van hun Palestijnse medebewoners. Dat neemt niet weg, dat Israëli's en Palestijnen van nu dromen van het samen bestaan in hetzelfde land, met elkaar. Ze blijven daarover in gesprek en verzetten zich tegen de huidige politiek. In de bijlage van het dagblad Trouw van j.l. donderdag (15 januari 2026) stond een interview met de Joodse hoogleraar David Shulman (1949) die zegt: 'De religieuze waarden van het jodendom worden vertrapt door de Israëls bezettingspolitiek'. Hij bezoekt Palestijnen, werkt met hen samen en pleit voor co-existentie, het samen leven in één land. Op die manier houden zij het ideaal van met elkaar in lieve vrede overeind.
Wij, christenen, zijn geroepen om daarbij aan te sluiten. Onze oorsprong is Joods, Jezus was een Jood en we lezen praktisch iedere week in onze viering een gedeelte van ons Oude Testament, grotendeels overeenkomend met de Hebreeuwse Bijbel. De eigenlijke roeping van beide godsdiensten, van volk en profeten in de wereld Gods liefde voor mensen te laten zien, tegenwoordig te stellen. Joodse profeten getuigen ervan, Joodse liederen zingen erover hoe Jeruzalem voor allen de stad is waarheen volken optrekken om met elkaar de éne God te vinden.
In het Evangelie volgens Johannes getuigt Johannes de Doper over Jezus, dat Hij degene is die komt dopen met de heilige Geest, een Geest, die mensen helpt om mensen van vrede en gerechtigheid te zijn. De Doper 'heeft het zelf gezien: Jezus is de Zoon van God. D.w.z.: Hij is de onder ons levende gestalte van Gods liefde voor de mensen; vanaf de moederschoot ertoe bestemd ons vrij te maken en op te richten.
Paus Leo XIV gaat ons daarbij voor. Hij heeft bij gelegenheid van Kerstmis/Nieuwjaar een ontmoeting gehad met de ambassadeurs, die namens hun landen 'geaccrediteerd' zijn, zoals dat heet, bij het Vaticaan. Hij is blij met de ontmoeting en dankt de diplomaten voor hun komst. Hij wijst hen erop, dat wij leven in een dubbele situatie: tegelijk met alle mensen in 'de aardse stad' en als we kunnen gelovigen tegelijkertijd ook nog in 'de stad van God'. (NB. De paus is lid van de orde van de Augustijnen. De H. Augustinus is de auteur van een werk 'Over de Stad van God' in de 4e! eeuw, waar de paus gebruik van heeft gemaakt). Tegenover de diplomaten drukt de paus in ons aller naam zijn zorg uit over wat er momenteel in 'de stad van de mens' allemaal aan het gebeuren is, aan oorlog, onderdrukking en geweld, manipulatie, machtsmisbruik en aantasting van mensenrechten. Daartegenover plaatst hij 'de betekenis van de stad van God'. De bewoners van de stad van God, christenen, maar ook goedwillende joden, moslims, Palestijnen en mensen van andere levensovertuigingen, houden het ideaal overeind van een andere, vreedzame en liefdevolle wereld.
We kunnen onszelf afvragen hoe wíj aanwezig zijn in ónze wereld van alledag? Wij kunnen zoveel goeds doen door zelf mensen te zijn van lieve vrede, van begrip, van vergeving en verzoening, van het er zijn voor elkaar en niet voor het 'Ik-eerst'. Moge de droom, het ideaal van liefdevol met elkaar te leven in onze wereld nooit eindigen en mogen wij ons geroepen voelen aan het verwerkelijken van het ideaal mee te werken. Er is veel mogelijk voor alle mensen van goede wil. Moge de hoop op een effectieve aanwezigheid van de 'Stad van God' in de 'Stad van de mens' ons nooit in de steek laten. Amen
Pastoor Reijnen
___________________________________________________________________
Zaterdag 10 januari 2026 - Doop van de Heer
Lezingen uit Jesaja 42,1-4-6-7 en Matteüs 3,13-17
(Overweging van pastoor Lipsch is geschreven aan de hand van steekwoorden en -zinnen, en dient gelezen te worden naast de evengelielezing van vandaag)
Niet op de eerste plaats, maar Jezus loopt in een lange rij mensen aan de Jordaan. Mensen en daartussen Jezus; krachtig beeld.
Jezus komt naar Johannes, maar Johannes begrijpt het niet: “Ik zou door U gedoopt moeten worden.” Maar Jezus dringt aan want hij is helemaal solidair met ons mensen.
En dan: de hemel gaat open, de Geest van God daalt als een duif neer, en een stem uit de hemel zegt: “Dit is mijn geliefde Zoon, in wie Ik welbehagen heb.” Voor Jezus is dit een bevestiging: niet de prestatie staat voorop, maar de liefde van God.
Dit raakt ons: ook tegen ons is dit gezegd op dag van doopsel. Niet omdat we alles goed doen. Niet omdat we sterk of heilig zijn. Maar omdat God ons heeft uitgekozen, ons bij name heeft genoemd.
Doopsel is geen herinnering uit het verleden, maar een bron voor vandaag. Ik ben geliefd, ik mag leven vanuit die liefde.
Ook is het doopsel voor ons een zending: het doorgeven van Gods liefde, ook in kleine gebaren die er toe doen. Weten dat we gedragen zijn in alles: want: “jij bent mijn geliefde. In jou vind Ik vreugde”.
Pastoor-deken Lipsch
___________________________________________________________________
Zaterdag 3 januari 2026 - Openbaring des Heren (hoogfeest) - Driekoningen
Lezingen uit Jesaja 60,1-6 en Matteüs 2,1-12
Zaterdag 10 januari 19.00 uur - Doop van de Heer
Lezingen uit Jesaja 42,1-4-6-7 en Matteüs 3,13-17
We vieren vandaag het hoogfeest van de Openbaring des Heren. De drie wijzen zagen een ster in het Oosten en volgden die ster. Je zou in die ster ‘de stem van het geweten’ kunnen zien, of de ‘werking van de heilige Geest’. Je zou natuurlijk een verhaal kunnen houden over de astronomische waarde van deze ster uit het Oosten. Belangrijker voor ons is de theologische waarde. De drie wijzen werden innerlijk bewogen om naar het pasgeboren Kind in de kribbe te gaan.
Maar waarom vieren we eigenlijk de Openbaring des Heren? De H. Bernardus van Clairvaux zegt het mooi: “Het plan van God was niet alleen om op aarde neer te dalen, maar ook om er gekend te worden; niet alleen om geboren te worden als mens, maar ook om zich te laten kennen als God”.
Broeders en zusters. We hebben samen Kerstmis gevierd, maar wat nu? Gaat het leven nu gewoon weer door, alsof er niets gebeurd is, alsof Jezus niet geboren is?
Voor veel mensen is dat, helaas maar waar, de realiteit. We hoeven de nieuwsberichten maar te lezen. De Vondelkerk in Amsterdam die tijdens Oud en Nieuw in brand is gevlogen. De spanningen tussen de VS en Venezuela. De oorlogen tussen meerdere landen. Het drama van de brand in een café in Zwitserland.
Het contrast tussen licht en donker is wel héél duidelijk geworden in deze wereld. Maar dat was ten tijde van Jezus en daarvóór ook zo. We hebben zonet de lezingen gehoord.
In de eerste lezing zegt de profeet Jesaja enerzijds: “Zie: duisternis bedekt de aarde, het donker bedekt de volkeren”. Anderzijds zegt hij: “Sta op, laat het licht u beschijnen”. Daar zit iets passiefs en actiefs in. Het ware licht komt alleen van God, je moet het als mens toelaten….dat is iets passiefs. Maar het is een keuzen van ons om ons te láten beschijnen door Hem...en dat is iets actiefs.
In het evangelie zie je enerzijds de reactie van koning Herodes en zijn aanhangers. Zij moesten niets hebben van God, het geloof en de pasgeboren Jezus. Anderzijds zie je het groepje mensen bij de kribbe staan: Maria, Jozef en de drie wijzen. Zij waren vol van vreugde. Ze knielden neer voor Jezus. Ze lieten zich innerlijk bewegen. In hoeverre laten wij ons nog innerlijk bewegen door de heilige Geest? In hoeverre staan wij nog open voor vernieuwing wat ons eigen leven betreft en dat van de Kerk?
Broeders en zusters. Het contrast dus licht en donker zal altijd aanwezig blijven in deze wereld. Daar kunnen we weinig aan veranderen. Maar het voorbeeld van de drie wijzen laat ons zien dat we altijd een keuze hebben! Als wij luisteren naar die innerlijke stem van ons geweten, als wij ons innerlijk laten raken door de heilige Geest, dan gaan we als vanzelf richting het licht. Zoals onze bisschop vorige week zei: “Als je leven betekenis heeft, dan heb je hoop. En als je hoop hebt, dan ben je bereid om het goede te doen, dan weet je waar je aan moet werken”.
Amen.
Kapelaan Kessels