Welkom

Algemene informatie

Mededelingen

De overwegingen

Agenda

Parochiebladen

Wat en Hoe bij..... !!

Opleiding en Vorming

Tarieven

Links

Preventie & AVG

Missie (M.O.V.-groep

Op weg door de 40-dagentijd

Zaterdag 19 juni 2021 (Nijswiller) - 12e ZONDAG DOOR HET JAAR
Lezingen: Job 38,1.8-11; 2 KorintiŽrs 5, 14-17; Marcus 4, 35-41
 
We gaan langzamerhand weer terug naar het oude normaal, al blijven enkele basisregels van de coronatijd wel gehandhaafd:  de anderhalve meter afstand, het handenwassen en het mondkapje waar die 1 Ĺ meter afstand niet kan worden bewaard. Er blijft onzekerheid, zegt de demissionaire regering, over het najaar. Opmerkzaam en voorzichtigheid blijven geboden. Daarmee wordt aangeduid, dat we kwetsbaar blijven. We maken deel uit van een geheel, de aarde, de natuur waarop en waarmee we weliswaar werken, maar waar we geen 'baas' over zijn, zoals we ons de laatste anderhalf jaar sterker zijn gaan beseffen. Niet iedereen wil daar echter van weten. Bij sommigen heerst een opvatting van absolute individuele vrijheid, die onze realiteit niet onder ogen wil zien. In wezen is die opvatting egoÔstisch en leven vernietigend. Men voelt zich verheven boven de maatregelen ter bescherming, die de overheid treft.
 
In God gelovige mensen worden uitgenodigd om anders te denken en te doen; te denken en te doen als schepselen Gods en niet toe te geven aan de neiging tot hoogmoed, die ons zou doen menen, dat we zelf God zijn en alles naar onze hand kunnen zetten. Er zijn voorbeelden genoeg in de H. Schrift, die daarop wijzen.
 
Vandaag hebben we een stukje gelezen uit het Boek Job, uit de Joodse Wijsheidsboeken, opgenomen in ons zogenoemde Oude Testament. Job is een rijk man, gezegend in zijn kinderen, zijn kudden en verdere bezit. Hij is een man die goed voor de zijnen en voor zijn dienaren zorgt, kortom 'een rechtvaardige', zoals men in die tijd zou zeggen. Maar dan wordt hij getroffen door de ene catastrofe na de anderen. Door gewelddaden verliest hij zijn kinderen, zijn kudden worden geroofd, zijn dienaren gedood. Tenslotte blijft Job als een ellendig hoopje mens, van alles beroofd, over. Hij heeft een drietal vrienden, die de oorzaak zoeken in de al en niet geheime tekorten van Job. Maar 'de rechtvaardige Job' ontkent de beschuldigingen; tenslotte klaagt hij God aan en wijst op al het goede dat hij heeft verricht. En dan komt het stukje lezing van vandaag met enkele zinnen uit het antwoord van God. Die komen neer op de vraag 'waar was je Job, toen ik de wereld schiep en alles erop een plaats gaf. Job heeft daar geen antwoord op. Uiteindelijk geeft hij toe, dat hij - bij alle eigen inspanning -  alles van God ontvangen heeft. En dan vertrouwt hij zichzelf en zijn lot toe aan God. Tot dit inzicht gekomen komt Job opnieuw tot bloei, maar beleeft dit nu anders.
 
In het Evangelie van Marcus lazen we vandaag over de storm op het meer. 'De golven beukten tegen de boot, zodat die vol water kwam te staan. Tegenover de angst van de leerlingen, die zich overgeleverd ervaren aan de levensbedreigende elementen, staat de rust van Jezus in Godsnaam meester over de elementen. Opvallend is in het verhaal de vraag van Jezus: 'Waarom hebben jullie zo weinig moed? Geloven jullie nog steeds niet? Zou je niet angstig zijn als je leven bedreigd wordt? Valt het woord 'geloven' hier niet te gemakkelijk? Dat lijkt er misschien op. Toch houdt 'geloven' het vertrouwen in, dat - waar wij het leven en  zijn omstandigheden niet zelf in de hand hebben - wij ons desondanks kunnen toevertrouwen aan God, die ons redt, omdat Hij van ons houdt, ons in het leven geroepen heeft, ons niet verloren laat gaan. Met dat voor ogen hebben we in onze kerken steeds in onze vieringen het 'gebed ten tijde van de coronacrisis' gebeden. Daarin wordt zowel onze bekommernis, als ook ons vertrouwen in God uitgesproken. Zo past dat in de vrijheid van de kinderen van God, die hun plaats kennen ingebed in Gods liefde.        Amen
 
Pastoor A. Reijnen
_____________________________________________________
    
Weekend 19/20 juni 2021 - 12e zondag door het jaar
Lezingen uit: Job 38, 1. 8-11 en Marcus 4, 35-41.
 
WAAROM HEBBEN JULLIE  ZO WEINIG VERTROUWEN?
 
Na zijn parabels over de kracht van het zaad en hoe het kleinste zaadje kan uitgroeien tot een forse struik zegt Marcus dat Jezus voortdurend onderricht geeft in de vorm van gelijkenissen. Zelf lijkt hij dat ook te doen, want het verhaal over de storm op het meer is meer dan een stukje geschiedenis. Ons leven is een voortdurend onderweg zijn. Steeds opnieuw moeten wij onze vertrouwde haven verlaten en naar een nieuwe bestemming varen. Soms glijdt onze levensboot over rustig water, maar vaak worden we door golven en tegenwind heen en weer geslingerd. Bij daglicht is dat al beangstigend, maar zeker als het donker is. Er kan van alles gebeuren in een mensenleven: kou en hitte, tegenwind en regen. Soms steekt er zelfs storm op en komen we in situaties terecht die ons bang maken. We vrezen te verdrinken in de zorgen. We roepen- net als de apostelen - om hulp, maar God lijkt nergens te vinden. We bidden om uitkomst, maar het lijkt of Jezus slaapt. Als Marcus zijn verhaal over Jezus schrijft, hebben diens leerlingen het zwaar te verduren. Ze worden geconfronteerd met tegenstand en vijandigheid uit de synagogen en met wantrouwen van de kant van de Romeinen. In de loop van de jaren hebben de verhalen over Jezus' leven, sterven en verrijzen ook aan actualiteit verloren. Jezus zegt: 'Laten we oversteken!' Ook wij worden telkens opgeroepen onze veilige haven te verlaten en uit te varen, onbekende situaties tegemoet: bv. je moet van baan veranderen of komt zonder werk te zitten. Je kinderen gaan het huis uit en je bent weer met je partner alleen. De ander overlijdt of je verliest je partner door een scheiding en moet alleen je weg zien te vinden. Je kinderen tonen geen interesse voor geloof en kerk, waarden die jou dierbaar zijn.  Je moet vanwege ouderdomskwalen je huis en je vertrouwde omgeving verlaten. Zo is er veel 'overkant' waar we tegenop zien. Vaak  wordt het dan donker in ons leven en voelen we een sterke tegenwind. Je bidt, roept, klaagt je nood bij God, maar geen antwoord. Het lijkt wel of Hij slaapt. Zo lijkt het Evangelie vandaag een geschiedenis die zich eindeloos herhaalt. Ook de vraag van Jezus: 'Waarom zijn jullie zo bang? Hoe komt het dat je nog zo weinig vertrouwen hebt?' We moeten toegeven dat ons Godsvertrouwen veel te wensen overlaat. We zijn bang voor 1001 dingen. Als we bij tegenwind, duisternis en storm het vertrouwen zouden hebben, dat God bij ons in onze boot zit, dan zouden heel wat angsten die ons benauwen verdwijnen, maar dat vertrouwen is vaak zoek.  De vraag van Jezus: 'Hoe komt het dat je nog zo weinig vertrouwen hebt?', houdt me bezig. Bv. de coronacrisis heeft vrijwel niemand onberoerd gelaten. Die vreselijke pandemie heeft schrik en angst veroorzaakt bij velen, vooral bij mensen die extra kwetsbaar zijn vanwege leeftijd of allerlei gezondheidsklachten.  Als je dan gevaccineerd bent, betekent dat vaak een grote opluchting, zeker als je in de afgelopen tijd dierbare mensen verloren hebt. Naast de angst om ziek te worden of dood te gaan, is er bij velen ook de zorg om financieel ten onder te gaan met alle gevolgen van dien. Dus dat wij bang zijn en in paniek raken, is heel menselijk en normaal. Anderzijds vraag ik me af: Als je zo bang bent, wie is dan degene die een belangrijk stuk van je angst kan wegnemen? Ik denk dat dit mensen zijn met wie je een zodanige band hebt gekregen dat je je bij hen veilig voelt. In de loop van de jaren heb je lief en leed met hen gedeeld en ervaren: wat mij ook overkomt, die mens zal zich altijd om mij bekommeren. Dat is niet alleen de vrucht van de kwaliteiten van de ander, als wel van de band en het vertrouwen dat er in de loop van de tijd gegroeid is.
 
Ik vraag me af:  Zou dat ook niet opgaan voor ons geloof en vertrouwen op God? Alleen maar contact zoeken en bidden, als je in nood verkeert, is wel heel menselijk, maar schept het wel de vertrouwensband die nodig is om met onze angsten en zorgen op een positieve manier te kunnen omgaan, ze uit te houden en er niet onderdoor te gaan? Er is immers veel dat ons zorgen baart, denk aan klimaatverandering, milieurampen, etnische en politieke tegenstellingen, migratie, te veel om op te noemen.
 
Henri Nouwen heeft geloven in God wel eens vergeleken met een circusact: in de nok halen de artiesten halsbrekende toeren uit en vliegen door de ruimte. Wie de sprong waagt, kan dat alleen maar doen, als hij durft vertrouwen op de partner die hem aan de andere kant opvangt . Zo is ook geloven: erop durven vertrouwen dat God ons opvangt.  Zo'n vertrouwen  komt ons niet aanwaaien. Het kan ontstaan, ons gegeven worden en groeien door regelmatig contact. Gods Naam betekent niet alleen: 'Ik ben zoals Ik ben en Ik zal er voor jullie zijn', Hij wil ook gezocht, aangesproken, gevraagd en gebeden worden'. M.a.w. wij  dienen ook open, ontvankelijk en bereikbaar te zijn voor Hem, want Hij dwingt niemand en nodigt enkel uit. Wat ons doet leven bij alle angsten en zorgen is dat wij durven vertrouwen dat Jezus bij ons in de boot zit en dat God altijd met ons meevaart naar 'de overkant'. Laten wij bidden dat wij mogen groeien in openheid voor God en in dat vertrouwen. We mogen ook blijven vragen: 'Wie is Hij toch, die Jezus?' AMEN.
 
Pastor A.G.M. Franssen
_____________________________________________________
 
Zaterdag 12 juni 2021  - 11e zondag door het jaar
Lezingen uit: EzechiŽl 17, 22-24 en Marcus 4, 26-34
 
HET ZIJN DE KLEINE DINGEN DIE HET DOEN
 
Misschien herinnert U zich nog het refrein van het blije lied: 'Het zijn de kleine dingen die het doen, die het doen..' 'Dat kleine beetje zon waar je al weken lang op wacht; die uitgestoken hand die je van hen niet had verwacht. Dat kleine bosje bloemen en precies op dat moment. Die onverwachte brief als je alleen of eenzaam bent' Het zijn de kleine dingen die het doen, die het doen, het zijn de kleine dingen die het doen. Wat U er ook van vindt: het is een lied dat past bij het Evangelie van deze dag, een verhaal over de 'kleine dingen'. Even planten water geven, als de buren op vakantie zijn;  de krant en de post uit je bus  halen, als je enkele dagen van huis bent. Of dat pakketje voor de buren aannemen, omdat ze op dat moment niet thuis zijn. Dit soort attenties kunnen we vermenigvuldigen, kleine dingen die het verschil maken.                   
 
We horen in de  1e lezing  van de profeet EzechiŽl dat God zegt: ' Ik pluk een twijgje uit de top van die ceder en plant het op een hoge berg. Het zal op den duur net zo'n mooie boom worden als die waaruit Ik het geplukt heb. Marcus vertelt in het Evangelie van een graankorrel die in de aarde valt en van een minuscuul klein mosterdzaadje dat, eenmaal gezaaid, uitgroeit tot een grote struik waarin de vogels hun nestje bouwen. Ogenschijnlijk stelt het allemaal niet veel voor. Toch gebruikt Jezus deze beelden om iets te vertellen over het Rijk van God, een Rijk dat niet gevestigd kan worden met bruut geweld. Je kunt het niet veroveren met een leger maar het moet groeien vanuit 'kleine dingen'.
 
Deze gedachte staat haaks op wat we om ons heen vaak zien gebeuren. Om in het nieuws te komen, moet je bijzondere dingen doen, activiteiten ontplooien die de aandacht trekken en opzien baren. Misschien mag je zeggen dat het christendom zich onderscheidt van menige andere godsdienst door de weg van de kleine dingen te kiezen. Het is een weg van het zaaien van bescheiden woorden en het stellen van kleine gebaren, van de uitgestoken hand die een ander nabij is. Het is een weg van kleine stappen. Menigeen zal zeggen: 'Dat werkt toch niet. Dat schiet niet op!' Toch blijkt deze weg van de kleine stappen te werken in heel verschillende omstandigheden. Ouders volgen die weg, als hun kinderen gaan puberen. Als je je kinderen op die leeftijd met harde hand in het gareel tracht te houden, lukt dat niet of maar even. De meeste ouders kiezen er dan voor om met veel geduld en liefde thuis een warm klimaat te creŽren. Zo nu en dan maken ze een suggestieve opmerking of stellen ze een vraag. Vrijwilligers in een vereniging of parochie kun je ook niet drillen of naar je hand zetten, maar je kunt samen veel bereiken door hen te bemoedigen en te stimuleren. De weg van de kleine stappen wordt ook gebruikt door christelijke bewegingen om - internationaal -  vechtende partijen met elkaar tot vrede te brengen. U herinnert zich misschien nog de San Egidio-beweging die op deze manier vrede tot stand gebracht heeft in Mozambique. Gewoon door in gesprek te gaan met de krijgsheren en hen van binnenuit te laten groeien tot het besef dat er voordeel te behalen valt bij vrede in het land. Ook voordeel voor hen persoonlijk. We kunnen ook denken aan het werk van Pax Christi, andere vredesbewegingen en hulporganisaties. Enkele voorbeelden die laten zien hoe de weg van Jezus, de weg van 'de kleine dingen' zijn uitwerking heeft. Het is echter goed ons te realiseren dat die weg van de kleine stappen niet vanzelf komt en ook niet over rozen gaat. Als U vraagt hoe? Ik vermoed dat wij iets gaan proeven van Jezus' bedoelingen, als we het aandurven eens rustig  stil te staan bij de parabels die Hij heeft verteld over het Rijk van God. We moeten ons niet laten verleiden door alleen maar te zoeken naar klinkende - en opzienbarende resultaten. We krijgen oog voor die weg van de 'kleine stappen', als we ons niet te groot voelen om kleine initiatieven mee aan te pakken. De goede dingen die we tegenkomen ondersteunen en stimuleren en niet onszelf zoeken door enkel mee te doen aan wat opzien baart.
 
Als we kijken naar Jezus'  levenseinde, lijkt dat een faliekante mislukking: afgewezen worden door de religieuze leiders, miskend, gemarteld en als een misdadiger gekruisigd worden. Zijn bestaan lijkt bijna voor niets te zijn geweest. Omdat Hij echter niet zichzelf zocht, niet uit was op populariteit, maar het doen van de wil van de hemelse Vader en het weldoen van zijn naasten, heeft God Hem niet voorgoed ten onder laten gaan. Opkomen voor mensen in nood: dat was de drijfveer van zijn doen en laten. Dat is de kleine smalle weg van het geloof in God en zijn naasten. Het is de kleine weg van de hoop dat het anders kan dan wij vaak denken en doen. Wie het aandurft om de liefde voorop te stelen, zal ervaren dat kleine gebaren bergen kunnen verzetten. Op dit vlak kun je niets voorschrijven, maar we kunnen het goede dat we zien wel aanmoedigen en stimuleren. We kunnen zelf die kleine stappen zetten. We hoeven ons er niet voor te schamen. Geve God ons moed en kracht. AMEN   
 
Pastor A.G.M. Franssen
_____________________________________________________
 
Zaterdag 5 juni 2021 (Nijswiller) - SACRAMENTSDAG
Lezingen: Exodus 24, 3-8; HebreeŽn 9, 11-15; Marcus 14, 12-16.22-26.
 
Niet alleen de terrassen van de restaurants zijn weer open, maar ook binnen mogen maaltijden nu weer geserveerd worden mits de juiste afstanden in acht worden genomen. Veel mensen hebben hier naar uitgezien, want samen maaltijd houden schept en versterkt  verbondenheid en vriendschap. Dat gegeven nodigt uit om bij het houden van een maaltijd, of dat nu thuis is of in een restaurant, of in symbool in onze kerk, even stil te staan.
 
Voordat eten en drinken op tafel staan en wij ervan genieten is er het een en ander aan vooraf gegaan.  Onze vruchtbare aarde heeft mede dank zij menselijke moeite de producten opgeleverd, die nodig zijn voor het vervaardigen van een maaltijd. Groente, aardappelen, rijst, vlees en vis, ijs en toetje, water, bier en wijn. Dag in dag uit zijn mensen bezig met de zorg voor ons dagelijkse voedsel en drank. We betalen met wat we verdiend hebben met werken of met het geld van het pensioen dat we hebben opgebouwd. En bij de maaltijden die we zelf thuis bereiden is het eigenlijk niet anders. Ze vragen inzet om ze op tafel te kunnen krijgen. Wat we daarbij nodig hebben is betaald met het geld dat we dank zij onze inspanning hebben verdiend. Zo zie je dat in een maaltijd ons leven samenkomt: datgene wat de aarde oplevert, onze inspanning bij het koken, ons werk en de betaling met het door ons verdiende geld. En bij het samen aan tafel gaan groeit onze vriendschap, saamhorigheid en verbondenheid, in onze gezinnen, met familie en vrienden. Een maaltijd is daarmee meer dan het voeden van ons lichaam.  Tijdens een maaltijd wordt er immers ook heel wat informatie uitgewisseld en worden verhalen verteld.  En tijdens menige maaltijd worden  heel wat zaken geregeld of geritseld.
 
Niet anders is het wat gebeurde tijdens - wat achteraf bleek - het Laatste Avondmaal te zijn van Jezus met zijn leerlingen. Een restauranthouder in Jeruzalem maakte in een bovenzaal van zijn zaak het Paasmaal gereed voor Jezus en zijn leerlingen. Het Paasmaal werd alom gevierd; en ook dat was meer dan een voeden van het lichaam.  De producten van de eerste oogst werden benut; de bevrijding uit de slavernij van Egypte werd gevierd. God wilde en wil immers geen slavernij, maar vrije mensen. Het verhaal van de bevrijding werd die avond dan ook trouw verteld. Maar, er kwam die avond nog wat bij. Tegen het einde van de maaltijd nam Jezus opnieuw brood en beker ter hand, dankte God voor de rijke gaven in zijn schepping, deelde brood en beker en zei erbij: neemt en drinkt als teken van onze vriendschap en verbondenheid.  In dit brood en deze wijn geef ik mezelf aan jullie, mijn genegenheid, mijn vriendschap, mijn trouw aan jullie bij alles wat me te wachten staat. En blijf dit doen om mij te gedenken. Zo kwam in deze maaltijd het leven van Jezus en dat van zijn leerlingen samen. Het werd een nieuw Verbond, dat voor altijd zou gelden.               
 
Sinds die tijd vieren wij christenen deze maaltijd in gedachtenis aan onze Leraar en Meester. Men heeft er in de loop van de eeuwen een verplichting van gemaakt, maar dat moest eigenlijk niet hoeven. Als we ervoor bijeenkomen vieren we als een Godsfamilie ons geloof in dat nieuwe Verbond met God en met elkaar, worden de verhalen verteld die ons van oudsher zijn overgeleverd ter inspiratie en ondersteuning van ons vaak zorgvolle leven. Juliana van Cornillon uit  Luik heeft de paus in de 13e eeuw de paus geÔnspireerd aan het Laatste Avondmaal  apart aandacht aan te besteden, buiten de Witte Donderdag. We hebben er Sacramentsdag aan te danken en ook onze Sacramentsprocessie, die t.g.v. corona al twee jaar niet is kunnen doorgaan. Dat neemt niet weg dat we vandaag op Sacramentsdag bijeen een moment stilstaan bij die bijzonder maaltijd, die de naam Eucharistie- Dankzegging heeft gekregen. Laten we die vandaag met bijzondere aandacht vieren.
 
Pastoor A. Reijnen
_____________________________________________________
 
Weekeind 5/6 juni 2021 SACRAMENTSDAG  
 
EEN HECHTE VERBINTENIS MET GOD EN MET ELKAAR
 
Voor een overeenkomst, een contract bv. over aankoop of verkoop van een huis gaan we naar een notaris, die een akte laat opmaken met de exacte gegevens, ondertekend door ons en door hem/haar in bijzijn van getuigen. Teken dat het gaat om een serieuze verbintenis met de verplichtingen daaraan verbonden. De 1e lezing uit Exodus verhaalt dat Mozes de geboden en regels die hij van God heeft ontvangen op schrift zet en voorleest aan het volk dat verklaart ze ter harte te nemen. Om deze belofte te bekrachtigen worden er stieren geofferd en hun bloed wordt gegoten tegen het altaar en gesprenkeld op het volk. Teken van een bloedserieuze afspraak en verbintenis met God.
 
Als wij kennissen vragen om bij ons te komen eten, dan nodigen wij als regel geen mensen uit waar we slechts een oppervlakkig contact mee hebben.  Die knikken we vriendelijk goedendag en maken met hen misschien een praatje, maar voor een gezamenlijke maaltijd is er een intiemere band nodig. Marcus verhaalt ons vandaag dat Jezus met zijn leerlingen het zgn. Pesachmaal viert als herinnering aan de bevrijding uit de Egyptische slavernij. Na het eten van het gebraden lam breekt Jezus brood en deelt het rond met de woorden: 'Neemt hiervan, dit is mijn Lichaam. Ook laat Hij een beker wijn rondgaan en zegt: 'Dit is mijn Bloed, het bloed van het verbond dat voor velen vergoten wordt'. Bij Mozes wordt de verbintenis van het volk met God bekrachtigd met het bloed van offerdieren. Jezus spreekt van zijn eigen bloed, het geven van zijn leven. Meer dan zijn leven kan een mens niet geven. Als mensen bereid zijn hun leven te geven voor een zaak, dan hoeven we niet te twijfelen aan de ernst waarmee ze hun idealen zijn toegedaan. Denken we aan de martelaren die voor hun geloof hun leven op het spel hebben gezet. We kunnen denken aan de mensen die in onze dagen corruptie, dictatuur en het schenden van de mensenrechten aanklagen met gevaar voor hun leven. Aan mensen die tijdens de WO II onderdak gaven aan Joden of de helpende hand boden aan mensen in het verzet. Niemand zet zijn leven op het spel voor oppervlakkige zaken. Voor een aantal mensen is hun binding met God iets geweest van levensbelang, iets dat ze uiterst ernstig hebben genomen en boven al het andere hebben gesteld, ja zelfs boven hun leven. Vandaag vieren wij dat Jezus de heilige Tekens van Brood en Wijn heeft nagelaten. Hij heeft gezegd: 'Dit ben Ik in jullie midden, vanaf nu tot in lengte van dagen. Steeds opnieuw als je dit Brood deelt en deze Beker laat rondgaan ben Ik in en onder jullie aanwezig. Doet dit keer op keer ter gedachtenis aan Mij. Daarom vieren  christenen over de gehele wereld al meer dan 2000 jaar Eucharistie om zijn aanwezigheid onder ons operationeel te houden. Het gaat in de Eucharistie niet alleen om Brood en Beker, maar ook om de verhalen van Jezus en van de gemeenschap die Hij op gang heeft gebracht. De kern van zijn programma draait om waarden als verzoenen, breken en delen, elkaar genezen, de goede Geest uitdragen. Hij nodigt ons uit te zorgen dat deze aarde leefbaar blijft en mensen elkaar in vrede opbouwen. Zijn leven, Hij zelf wordt ons letterlijk 'in handen gegeven'. In dat kleine stukje heilig Brood ontvangen wij het leven van Jezus. Wij ontvangen zijn levenservaring ťn wij ontvangen zijn oproep om mensen bijeen te brengen en mee te bouwen aan een wereld waarin iedereen tot zijn recht komt. Deze verantwoordelijkheid wordt ons met de kleine stukje heilig Brood ' in handen gegeven'. Laten wij bidden dat zijn Woord en zijn heilig Brood ons geloof zullen voeden en onze band met Hem  zullen versterken, zodat onze daadkracht groeit en de Heer ons kan herkennen als zijn leerlingen. 
 
Als het gaat over onze verantwoordelijkheid is het belangrijk ons te realiseren wat Phil Bosmans daarover schrijft: "Regelmatig worden we bedolven onder een lawine van informatie over alles wat er verkeerd loopt in de wereld. Dat werkt ontmoedigend. Want de lichtpunten die soms even verschijnen worden vaak onmiddellijk weer gedoofd. Hoe kunnen we daar gelukkig mee leven?"
 
Hij zegt: "Slik niet alles wat je wordt voorgeschoteld! Laad niet alles op je schouders. Neem het deel dat jij dragen kunt en laat de rest liggen! God verlangt  van ons niet het onmogelijke. Er is ťťn zaak die we niet ernstig genoeg nemen: dat is de vreugdeÖ  Het gaat dan niet om de dwaze lach van de idioot, maar om de lach die groeit uit een innerlijke tevredenheid en een diepe inwendige vreugde. Ik hoop dat je nog ergens in je hart een beetje kind bent gebleven, niet om kritiekloos in het leven te staan, maar wel om verwonderd en blij te zijn met het bloeien van een bloem, het fluiten van een vogel, om te geloven in de goedheid van mensen en in het wonder dat elke dag opnieuw begint als je de ogen open doet voor 1001 kleine dingen om je heen, waarmee de engelen je weg versieren". Medechristenen, wij mogen vragen: "Heer Jezus, schenk ons de levenwekkende Geest die U heeft bezield". AMEN.
 
Pastor A.G.M. Franssen
_____________________________________________________
 
Zaterdag 29 mei 2021 (Nijswiller) -  H. Drie-eenheid (Hoogfeest)
Lezingen uit: Deuteronomium 4, 32-34. 39-40 en MatteŁs 28, 16-20.
 
H. DRIEEENHEID  'GIJ ZULT U VAN GOD GEEN BEELD MAKEN'.
 
Kinderen van een jaar of vijf zes kunnen heerlijk opscheppen over wat hun vader allemaal kan en weet. Ze kijken vaak tegen hem op als een halfgod. Alleen blijft dat niet zo. Als dat kind een jaar of vijftien is, is er van dat beeld niet veel meer over. Een puber ziet zijn vader vaak als iemand die van de huidige wereld niets begrijpt en star vasthoudt aan ouderwetse denkbeelden. Voordat die jongere zijn vader gaat zien als een reŽle mens voor wie hij respect heeft en op wie hij kan bouwen, verstrijken er wat jaren. Duidelijk is: niet de vader is wezenlijk veranderd, maar die jonge mens is veranderd. Hij heeft intussen een en ander meegemaakt en wat levenservaring gekregen. Zijn wereld is gaan schuiven en de beelden in zijn geest zijn gaan wankelen en breken. Als dat gebeurt heb je tijd nodig om een nieuw evenwicht te vinden. Geldt dat ook niet voor de beelden die wij hebben van God?  Bijv. Is God een allesweter? Waarom geeft Hij dan geen duidelijk teken als er een aardbeving op komst is? Dan kunnen mensen maatregelen nemen. Heeft God alle touwtjes in handen? Waarom laat Hij toe dat iemand sterft waar je zielsveel van houdt of nog erger dat iemand zich het leven beneemt? Als het gaat over vragen van leven en dood, komt God vaak aan de orde in onze gesprekken. Als iemand zegt dat hij zijn geloof in God en iedereen verloren heeft, toen bv. zijn vrouw plotseling ziek werd en stierf, of toen een broer of goede vriend verongelukte, of toen zijn ouders uit elkaar gingen, dan begrijpen we dat zijn wereld is ingestort, dat hij zijn evenwicht en houvast kwijt is en dat er bij hem niets meer op zijn plaats staat.
 
Als mensen zeggen dat God niet bestaat of afwezig is, dan betekent dat vaak dat hun wereld aan het schuiven is geraakt, dat alles van zijn plaats is gevallen, dat ze hun evenwicht hebben verloren. Niet God is veranderd;  wij zijn veranderd. Het beeld van God dat we voor ogen hadden, is gebroken of wazig geworden. Dat ligt niet aan God. Onze ideeŽn en beelden  van God zijn vaak niet meegegroeid, stammen soms nog uit onze kinderjaren.
 
Het volk IsraŽl heeft zijn ervaringen met God op schrift gezet. In de 10 Geboden lezen we: 'Gij zult geen beeld van God maken!' Zij mochten geen afbeelding van God hebben. De Eeuwige moest boven elke voorstelling verheven blijven. Dat is een heel wijze raadgeving. Beelden en voorstellingen kunnen immers breken net als de beelden die we hebben van medemensen. Als dat gebeurt met het beeld van een partner of een andere mens die ons heel dierbaar is, dan komen we in een diepe put terecht. Dat is een heel verwarrende en pijnlijke ervaring die ons uit het evenwicht brengt. Ook God past niet in een beeld: Hij kan onderweg in veel gestalten met ons meelopen en dan zou het beeld dat wij van Hem hebben ons kunnen verhinderen om Hem te herkennen.   Het beeld bv. van God die het goede loont en het kwade straft zit zo diep in ons ingeprent dat je kunt afvragen of we God ook nog herkennen als Hij het kwaad vergeeft? Of als Hij  geduld heeft met een boosdoener of de vrome op de proef stelt?  De FarizeeŽn, met hun vastomlijnde voorstellingen van God, konden Jezus niet herkennen als komend van God door de manier waarop Hij met zondaars omging, hun huis binnenging en met hen at. Of als Hij een prostituť respectvol en met mildheid tegemoet trad. Of een vrouw, betrapt op overspel, beschermde tegen de wraaklust van haar aanklagers.  Herkennen wij God, als Hij niet geneest of redt, maar meelijdt, letterlijk mede - lijdt? Het lijden niet wegneemt, maar mee-draagt? Herkennen wij God, als Hij kwetsbaar blijkt te zijn, machteloos tegen onze menselijke onwil, vernederd en verguisd, en toch integer en trouw aan mensen, ondanks onze ontrouw en ons falen? Ook de apostelen hebben daar moeite mee gehad. Als Jezus spreekt over zijn lijden, zegt Petrus: 'Heer, dat mag nooit gebeuren!'.  En toch: dat Beeld gaf God ons zelf:  God is zoals Jezus Christus was, overgeleverd aan menselijke willekeur en toch trouw  tot in de dood. God is daar, waar wij zijn, kwetsbaar in het lijden dat we dragen, vertekend door ons onbegrip, vernederd door ons kwaad, maar onaantastbaar trouw aan ons. Aan onze zijde kunnen we Hem vinden, als we onze ogen open houden en onze geest openstaat voor zijn Geest.
 
Theologen en anderen proberen voor ons het mysterie van de DrieŽne God te verklaren. God is echter geen ding dat je kunt analyseren. Wij hebben graag antwoord op belangrijke levensvragen, maar er zijn zaken waarvoor we hier in dit leven nooit een bevredigende verklaring  krijgen. Wij mensen leren elkaar niet kennen door over die ander te praten, maar met elkaar.  Zou dat ook niet gelden voor ons kennen van God? Dat we Hem niet leren kennen door over Hem te praten maar door met Hem te praten? We leren God niet kennen door uit te pluizen hoe het kan dat God ťťn is, ťťn goddelijke natuur en drie personen, zoals de katechismus zegt. We leren God wel kennen door met Hem te praten, door tot Hem te bidden. Als we naar Jezus kijken, lezen we dat Hij dat regelmatig doet. Misschien lijkt het op de mens die naar het kerkhof gaat en tegen zijn of haar partner die daar ligt staat te praten. Als U vraagt of dat bidden is, durf ik zeggen: Ja, dat is een manier van bidden. Uitspreken of uiten wat er omgaat in je hart en durven vertrouwen dat God ons hoort en begaan is met ons wel en wee.  En dat Hij ons zijn Geest schenkt, als wij erom vragen. Het beeld van God als een ouder die meeleeft met zijn kinderen. AMEN.
 
Pastor A.G.M. Franssen
_____________________________________________________
 
Zondag 23 mei 2021  (Nijswiller)- Pinksteren (hoogfeest)
Lezingen: Handelingen 2, 1-11; Galaten 5, 16-25; Johannes 15, 26-27. 16, 12-15 (of 20, 19-23)
 
Veel aandacht gaat momenteel uit naar de afname van het aantal coronapatiŽnten en de verruiming van de versoepelingen. We zien uit naar de langzaam maar zekere terugkeer van een 'normaal' leven. We hoeven minder bang te zijn voor de bedreiging van onze gezondheid. We kunnen elkaar weer in toenemende mate letterlijk nabij zijn en gaan en staan waar we willen. De vraag die menigeen zich stelt is: Wat komt terug. Kunnen de verenigingen weer rekenen op hun mensen, de kerken op hun gelovigen, de dorpen op de betrokkenheid van de bewoners? Zouden we terugvallen in patronen, die nadelig kunnen zijn voor de aarde en voor onszelf? En, kan dat wel? We hebben immers aan het coronavirus ervaren hoezeer we deel uitmaken van onze aarde, hoe kwetsbaar die en wijzelf zijn. We dachten alles in handen te hebben, maar dat is gebleken niet zo te zijn.  Zijn we toe aan een nieuwe mentaliteit, een nieuwe geest/Geest waarmee we met elkaar en onze aarde omgaan? Een geest/Geest die ons gewetensvol doet omgaan met wat ons is toevertrouwd? Als ik met medemensen daarover spreek hoor ik, dat men vreest dat we in oude patronen gaan terugvallen en dat we voorbij kijken aan de grote vragen met betrekking tot een verantwoord leven met het oog op onze  op onze toekomst. Het lijkt een periode van crisis waarin men zich afvraagt hoe het verder moet, maatschappelijk, economisch, godsdienstig en t.a.v. ons individuele gedrag.
 
Het in de geschiedenis vaker voorgekomen dat de mensheid, of een deel ervan, in een crisis verkeert. Het woord crisis heeft te maken met wikken en wegen: hoe moeten we verder, hoe gaan we verder? De politiek vraagt zich dat momenteel af bij het opzetten van een herstelplan. Maatschappelijk is er ook een en ander te doen. Godsdienstig kunnen we te rade gaan bij de lezingen uit de H. Schrift van vandaag . Ook de leerlingen van Jezus verkeerden nl. na de terugkeer van Jezus naar zijn en onze hemelse Vader, in een crisis. Ze zaten vol angst en onzekerheid over hoe het met hen verder moest. Dat was ook niet simpel. Datgene wat Jezus, hun leermeester hen had bijgebracht hadden ze vaak niet goed begrepen. Ze dachten toen Jezus van hen heenging nog aan een herstel van een aards koninkrijk en aan hun eigen belangrijke positie daarin. Van de andere kant wilden ze bij Hem blijven, want Hij had, zoals ze dat beleefden, woorden van eeuwig leven, woorden die ertoe deden bij het zoeken naar de invulling van hun bestaan.  Maar de verankering van zijn woorden in hen was niet diep. Toen hij werd gearresteerd, veroordeeld en ter dood gebracht lieten ze Hem in de steek. De voorstanders van de oude patronen leken te hebben gewonnen. Degene op wie ze hun hoop hadden gevestigd had verloren. Daarna waren ze vooral benauwd hoe het met hen zelf, bekend als leerlingen van Jezus, zou gaan aflopen. Ze hielden de deuren van het huis waar ze verbleven goed gesloten. Maar in de dagen van Pasen voltrekt zich een omslag in de crisis waarin ze verkeren. Het besef dringt hoe langer hoe sterker tot hen door dat Jezus, geleefd als zoon van zijn hemelse Vader, door Hem gered was van de dood en leefde. De visioenen die ze hadden van Jezus verschijnen versterkte hen daarin. Ze herinnerden zich Jezus' belofte, dat Hij hen niet in de steek zou laten, maar hen de Geest van God als een helper zou sturen. De komst van de Geest over de leerlingen vieren we met Pinksteren. De leerlingen vatten moed en gooien de deuren open. Ze werden vervuld van Gods Geest en verkondigden Jezus, voor iedereen verstaanbaar, ook al was hun afkomst verschillend en spraken ze verschillende talen. Het was een teken dat de heilvolle boodschap van Jezus bestemd was voor allen.  Het geloof van de leerlingen in Jezus en zijn manier van leven kwam tot wasdom en ze durfden ervoor uit te komen, hun verantwoordelijkheid op te nemen. In wezen is Jezus' boodschap er een van zorg, van dienstbaarheid, van liefde voor al datgene en al degenen die ons zijn toevertrouwd, ook in de na coronatijd. De H. Geest daagt ook ons uit voor ons geloof uit te komen en onze verantwoordelijkheid op te nemen. De vruchten van de Geest zijn liefde, vrede en vreugde, geduld, vriendelijkheid en goedheid, trouw, zachtheid en ingetogenheid (Galaten 5, 22). Het zijn woorden die we kunnen verstaan. Mogen ze ons deel zijn. Amen.
 
Pastoor A. Reijnen
_____________________________________________________
 
Zondag 23 mei 2021  - Pinksteren (hoogfeest)
Lezingen uit: Handelingen 2, 1-11  en Johannes 20, 19-23.
 
OPEN VOOR WIND DIE WAAIT UIT DE GOEDE HOEK
 
U  herkent dat wel: je komt mensen tegen die altijd bezorgd zijn of ze wel genoeg krijgen voor wat ze allemaal doen. Er zijn ook mensen, die zich afvragen of ze ook wel genoeg doen, voor wat ze allemaal gekregen hebben.  We ontmoeten mensen die zich voor alles laten strikken, als ze denken dat het ergens goed voor is of dat iemand er beter van wordt. Tegelijk ervaren  we dat er mensen zijn die je nergens voor krijgt, behalve als het in hun eigen kraam te pas komt.
 
Vandaag, medechristenen, vieren wij Pinksteren: de Goddelijke Geest, die van Jezus' leerlingen bezit nam: die mysterieuze, ongrijpbare Geest: van Wie we niet weten waar Hij vandaan komt, de Geest die soms als een stormwind is, soms als een zachte bries, maar waarvan we voelen dat Hij er is!  'Je ziet Hem niet', schrijft St. Paulus, maar je kunt Hem wel herkennen in de werken die er van Hem uitgaan! Want het is of de Geest van God die mij leidt, of de zelfzucht, die mij beheerst!' Daartussen is er niets: het is of het een of het ander!   Of:  de wereld draait om mij, ik moet er beter van worden;  of:  ik ben er ter wille van het geheel; de gemeenschap is met mij gediend. In het eerste geval is de zelfzucht aan het werk en in het andere is de hand van de Goddelijke Geest herkenbaar. Het klinkt misschien erg resoluut en zwart-wit, maar Jezus zelf heeft ook wel eens van die apodictische uitspraken *) gedaan: 'Wie niet met Mij is, is tegen Mij!' Ook hier is het: het een of het ander; daartussen is niks!   'Wie met Mij is, verzamelt; wie tegen Mij is, verstrooit'.  Wie met Mij is en in mijn Geest handelt, brengt mensen bij elkaar,  brengt vrede, geeft medewerking en is verdraagzaam! Wie tweespalt zaait en niet bindt, verdeeldheid schept, onmin sticht en mensen uit elkaar drijft, bij zo iemand is niet de Geest van God aan het werk. 'Dat is niet in Mijn Geest', zegt Jezus. Daar is de zelfzucht aan het werk. Om een herkenbaar voorbeeld te geven: moeder stuurt haar zoon, een knul van een jaar of 15, op bezoek naar Oma, om haar die avond wat gezelschap te houden. Maar de jongen heeft daar  geen zin in en protesteert: 'Mam, daar vind ik nou niks aan; daar verveel ik me'. Zijn zus die het hoort zegt: 'Het gaat toch niet om jou!', maar door haar laat hij zich niet kapittelen. Zijn moeder pakt het beter aan en zegt: 'Je moet daar ook niet heengaan, omdat jij dat leuk vindt, maar omdat Oma dat fijn vindt'. Zo zijn er mensen die zich beschikbaar stellen voor de goede gang van zaken . Ze doen hun best daaraan mee te werken. Ze verlenen graag hun dienstbaarheid voor zover ze dat kunnen en waar dat van hen gevraagd wordt. Ze beschouwen hun  mogelijkheden en talenten als gaven voor de gemeenschap. Anderen zijn alleen beschikbaar, als er voor hen iets te halen valt. Wie bij Christus willen horen, hebben maar ťťn keus: 'Wie met Mij is, verzamelt en brengt bijeen; wie uiteen drijft en verstrooit, is niet van Mij!', zegt Jezus. Als het gaat over de Geest van Pinksteren, dan is het goed ons te realiseren dat we Hem kunnen herkennen in medemensen die door Hem bezield zijn en gedreven worden. Momenteel zijn we via de media getuige van tumult in Jeruisalem. Het heeft echter andere redenen dan waarover we lezen in de Handelingen van de Apostelen. Opgekropte frustraties worden uitgevochten waarbij doden en gewonden vallen. Onbeschrijflijke vernielingen worden aangericht in de Gaza-strook.
 
Hier is de Geest van Pinksteren ver te zoeken. De Geest die Jezus ons zendt heeft niets te maken met geweld en vergelding, maar met respect voor mensenrechten, met dialoog, begrip en onderlinge hulp. Waar is die Geest van de Verrezene als op de ene plaats honger wordt geleden en elders overdaad is? We mogen betwijfelen of de Geest van God het prijskaartje betaalt, dat er hangt aan ons streven naar steeds meer welvaart: grondstoffen die opraken, milieuvervuiling, verlies van biodiversiteit en het opwarmen  van de aarde; toenemende eenzaamheid ondanks alle communicatiemiddelen en de groeiende kloof tussen arm en rijk. Kortom: wij hebben 1001 redenen om ons te bezinnen en te bidden tot de H. Geest om zijn licht en wijsheid, zodat wij kunnen onderscheiden aan welke ontwikkelingen wij niets kunnen doen en  zaken die wij mede veroorzaken door de keuzes die we maken in de politiek, door ons koopgedrag en andere wensen die we hebben. Paul Kingsnorth, een engelse journalist die onlangs christen is geworden, schrijft: 'De boodschap van Christus heeft niets te maken met machtspolitiek. Het is de radicaalste leer van de geschiedenis. We moeten elkaars voeten wassen, niet de aarde koloniseren. Christus daagde de macht uit, niet met revolutie of activisme, maar met opoffering. In deze wereld van groei en vooruitgangsgeloof hebben wij een machine opgetuigd die alles vernietigt, onze zeeŽn, onze bossen, onze culturen en onze relaties. We kunnen de machine bestrijden op zijn eigen voorwaarden, dus met machtpolitiek of activisme`, maar dan worden we misschien wel wat we bestrijden. De andere optie is de weg van het kruis, van opoffering, van radicale nederigheid, zoals we in de Bergrede kunnen lezen. Concreet betekent dit: eenvoudiger leven, minder technologie gebruiken, meer weggeven, machtspolitiek afwijzen, je naaste liefhebben. En met naaste denk ik niet alleen aan de buurman, maar ook aan het bos in de buurt. Ik denk dat Simone Weil gelijk heeft en dat we moeten kiezen uit deze twee opties. Het is rebellie of overgave, willen overheersen of bereid zijn om dienstbaar te zijn. Het zijn de enige alternatieven die er voor mij, na 25 jaar  schrijven en actievoeren, nog overblijvenÖ. Ik heb echt het gevoel dat de Geest in beweging is in de wereld, juist in deze tijd van crisis'. Medechristenen, deze journalist geeft ons met zijn uitdagend  getuigenis veel stof om over na te denken en te bidden.  Kom dan H. Geest, vervul de harten van uw gelovigen en ontsteek in ons het vuur van uw liefde. AMEN.    
 
Pastor A.G.M. Franssen
 
*) apodictische uitspraken =  met stelligheid gebrachte uitspraken
_____________________________________________________
 
Zaterdag 15 mei 2021 (Nijswiller) - 7e zondag van Pasen
Lezingen uit: Handelingen 1, 15-17. 20a. 20c-26 en Johannes 17, 11b-19.
 
MET JEZUS BIDDEN OM DE GEEST DIE ……N MAAKT
 
Als in een gezin vader voor zijn werk naar het buitenland moet of moeder voor familiebezoek een tijdje van huis weg is , dan ligt het voor de hand, dat ze voor hun vertrek, met hun kinderen samenkomen en hen op het hart binden elkaar te helpen en nog meer dan anders hun best te doen. Waarschijnlijk zullen ze het niet zeggen waar hun kinderen bij zijn, maar zeker tot elkaar: 'Laten we hopen dat alles goed gaat!' Daarmee geven ze aan, dat ze wel een beroep kunnen doen op hun kinderen, maar dat ze zelf maar weinig in handen hebben. Ze moeten er maar op vertrouwen dat het goed komt!                                     
 
Vlak voor zijn vertrek heeft Jezus hetzelfde gedaan:  zijn leerlingen aan tafel geroepen en hen een aantal dingen bijzonder op het hart gedrukt. We noemen dat de Afscheidsrede, waaruit op de zondagen na Pasen verschillende stukken zijn gelezen. Vandaag wordt die rede afgesloten met de bede van Jezus: 'Ik hoop en bid, dat alles goed zal gaan'. Dat laatste zegt Hij niet tot de leerlingen, maar tot Zijn hemelse Vader. Zijn leerlingen zijn er wel bij aanwezig en horen wat Jezus bidt. ' Ik hoop, Vader, dat hun toekomst bij U in goede handen is! Zolang Ik bij hen was, heb Ik ze bij elkaar kunnen houden - behalve dan die ene - maar nu moet Ik dat aan hen overlaten. Bewaar ze in uw Naam; geef dat ze U toegedaan zijn; en laat ze vooral de eensgezindheid onder elkaar bewaren! '
 
Dat 17e hoofdstuk uit het Johannes-Evangelie wordt vaak het Hoogpriesterlijk Gebed genoemd.  In de Liturgie heeft het een plaats gekregen tussen Hemelvaart en Pinksteren. Jezus, de verrezen Heer, heeft als Hogepriester plaats genomen aan Gods rechterhand, maar Hij blijft voor eeuwig bezorgd om de Gemeente van zijn leerlingen op aarde. Hij spreekt voortdurend die zorg uit voor zijn Vader, tot op de dag van vandaag: 'Vader, houdt ze bij elkaar; laat ze U toegedaan zijn; laat hen de eensgezindheid bewaren!'.
 
Intussen zijn er 20 eeuwen verlopen. We kunnen ons niet voorstellen dat de zorg van Jezus, de Hogepriester, voor zijn grote kudde op aarde minder is geworden. Nog altijd luidt zijn bede: 'Vader, bewaar ze in uw Naam!'.  Bij ons zijn er meer verloren geraakt dan die ene, die Jezus door de vingers is geglipt! Gewonnen voor Jezus' Boodschap worden ze altijd maar ťťn voor ťťn, maar verloren raken ze vaak  met hele drommen, vaak geruisloos. Velen raken buiten beeld: teleurgesteld, soms gewond of verbitterd. Vaak ook hebben ze hun interesse voor het christelijk geloof verloren, er geen zorg aan besteed en zijn los geraakt van de Wijnstok. Ook gebeurt het dat ze door anderen op een verkeerd spoor zijn gezet, meegetrokken door de geest van de tijd, meegelokt door andere belangen of ideaalbeelden. Misschien waren ze niet bestand tegen het Kruis dat zich in menig leven aandient als proef voor onze gezindheid.; niet bestand tegen de keuzes die we elke dag moeten maken. We worden telkens voor de vraag gesteld: Willen we bij Jezus horen of willen we bij de wereld horen, zoals Johannes dat altijd noemt. Zijn we van deze wereld (woorden van Christus zelf) of zijn we van Hem? Meermaals maakt Jezus mensen erop attent dat Hem volgen geen kwestie is van 'Heer, Heer' roepen. Zijn weg is nl. geen vierbaans snelweg, maar een smalle weg die gegaan moet worden. 'Vader, bewaar hen in onderlinge eensgezindheid! ' bidt Jezus. Maar we moeten vaststellen dat er ook onder christenen veel verdeeldheid is, zowel om zijn leer als om allerlei politieke en maatschappelijke belangen. De ťťn wil als christen midden in de wereld staan, de ander vindt zijn geloof iets persoonlijks en beschouwt het als een privťzaak. De ťťn is vooral bedacht op bewaren en behouden, de ander kijkt vooruit, wil mee met de tijd en kijkt niet om naar wat hij verliest of achterlaat. Dat mag allemaal: het kleed van Christus mag best veelkleurig en bont zijn, maar vaak ontaardt het in persoonlijk belangenspel. We willen als christenen wel samen optrekken, maar hoe vaak voelen we niet de drang ons te laten gelden en ons van anderen te onderscheiden. Het blijkt moeilijk jezelf weg te cijferen en dienstbaar te zijn aan het geheel. Want we zijn o zo bang dat we niet gezien worden en dat er met onze mening en wensen onvoldoende rekening wordt gehouden. In feite zegt Jezus:  'Als je verdeeld bent, heb je als christen in deze wereld geen schijn van kans om geloofwaardig over te komen!'. Wij allen verlangen naar eenheid met elkaar en met God en het is precies daarvoor dat Jezus bidt. Laten wij ons met dat verlangen en ons onvermogen bij zijn gebed aansluiten, zodat de H. Geest ons de weg kan wijzen, de weg naar de eenheid die Jezus bedoelt; dat Gods Geest ons kan corrigeren, bemoedigen en inspireren, zodat zijn vrede en vreugde  zichtbaar wordt in ons midden. AMEN
 
Pastor A.G.M. Franssen
_____________________________________________________
 
Donderdag 13 mei 2021 (Nijswiller) - HEMELVAART VAN DE HEER 2021
Lezingen: Handelingen 1, 1-11; EfeziŽrs 4, 1-13 of4.1-7.11-13; Marcus 16, 15-20.
 
Er is momenteel de nodige aandacht voor de gevolgen van de coronapandemie voor onze jongeren; hun gebrek aan mogelijkheden tot ontmoeting, de belemmeringen voor het onderwijs op school, de gevolgen daarvan voor hun ontplooiing. Er dreigt achterstand in hun uitgroei naar in de richting van het kunnen innemen van een eigen plaats in onze samenleving. Want momenteel ligt daarop alle nadruk. Na onze jeugd volgt immers de tijd van ons werkzame en vruchtbare leven. Ons levensgeluk hangt ermee samen dat dat goed gaat. Een groeiend aantal mensen investeren al hun aandacht en energie aan een leven in het hier en nu. Daarmee houdt het voor hen op. Maar niet iedereen slaagt, niet iedereen leeft in welvaart, niet iedereen heeft de mogelijkheden helemaal zelfstandig en zonder hulp te leven. 
 
De lezingen uit de H. Schrift van vandaag bieden ons een ander perspectief. Wij vieren vandaag dat Jezus tot zijn bestemming komt. Die ligt niet in het hier en nu. Van God uitgegaan om zijn opdracht in onze wereld te vervullen, vieren we vandaag, dat Hij naar God, ons aller Hemelse Vader is teruggekeerd. In zijn levensweg worden, voor de in Hem gelovige mensen, de grondtrekken van ons bestaan zichtbaar:  we worden geboren, we groeien op in onze jeugd, ontwikkelen onze talenten, daarna vervullen we onze taak, al of niet beleefd als roeping. En tenslotte komen we tot onze bestemming. Die ligt zoals we op Hemelvaart leren bij God. Daarmee wordt niet gezegd dat onze  tocht door het leven rechtlijnig verloopt. Er kan ons van alles overkomen. We kunnen de weg kwijt raken, verkeerde wegen inslaan. We kunnen onszelf eisen stellen, die we niet kunnen vervullen. Er kunnen verwachtingen op ons afkomen die niet beantwoorden aan wie we moeten of kunnen zijn.
 
Ook in de verhalen door de Bijbel heen zien we daar  voorbeelden van. Maar wat Jezus betreft die komt er regelmatig op terug dat Hij wat Hij doet in overeenstemming is met God. Hij is gekomen voor alle mensen te beginnen bij zijn eigen volk. Maar voor de aan eigen grootheid denkende  omgeving is dat niet vanzelfsprekend. Bij zijn afscheid krijgt Hij nog de vraag voorgelegd: Heer gaat u in deze tijd voor IsraŽl het koninkrijk herstellen? Men denkt nog steeds in termen van wereldse macht. Dat blijft tot in onze tijd een gegeven. Terwijl Jezus eerder al duidelijk gemaakt  heeft dat zijn rijk niet van deze wereld is. Het gaat bij Hem niet om macht maar om dienst aan mensen. Hij heeft er zijn leven voor over. Jezus komt dus na zijn dienstbaar leven tot zijn bestemming. Maar hoe moet het dan verder? De leerlingen blijven achter. Ze moeten in alle geval niet naar de hemel blijven staren. Zij zijn nu aan de beurt om de zending van Jezus voort te zetten, een zending die in dienstbaarheid weldoet aan mensen. Wij, die in Hem en zijn manier van leven geloven worden verondersteld dat te doen op ůnze manier.  We komen samen om ons geloof te vieren en daarmee ye verstevigen. Zorg, dienstbaarheid aan mensen doen we op onze manier. In de loop van de geschiedenis heeft de gezondheidszorg, de zorg voor blinden en doven, gebrekkigen en gehandicapten sterke impulsen gekregen vanuit een christelijke inspiratie.  De de huidige betaalde  gezondheidszorg  wordt nog steeds gedragen door een grote portie idealisme. En kijken we naar de reactie op de huidige coronatijd.  Op enkele incidenten na hebben kerken zich gehouden aan de overheidsmaatregelen in hun gedrag georiŽnteerd door de opdracht tot liefde en zorgvuldige omgang met elkaar, die in het Evangelie ons is meegegeven. We worden als christenen verondersteld hier, tussen onze medemensen aan het werk te zijn om wel te doen, barmhartig en mededogend te zijn, te vergeven waar dat nodig is, vroom en gelovig te zijn op een praktische manier.  Met als perspectief: het komen tot onze bestemming net als onze Heer en broeder Jezus Christus, bij God onze hemelse Vader. Hemelvaart is een feest dat ons perspectief biedt. Amen
 
Pastoor A. Reijnen
_____________________________________________________
 
Zaterdag 8 mei 2021  (Nijswiller) - 6e zondag van Pasen
Lezingen uit: Handelingen 10, 25-26. 34-35. 44-48 en Johannes 15, 9-17.
 
LIEFDE VRAAGT ENGAGEMENT EN RUIMTE MAKEN
 
In de 1e lezing uit Handelingen vertelt Lucas dat een zekere Cornelius, een Romeinse officier, vraagt om gedoopt te worden. Omdat Petrus de indruk heeft dat deze mens het geloof daartoe heeft, doet hij dat. Daarop krijgt hij echter kritiek uit de hoek van christenen van Joodse afkomst. Zij zijn van mening dat dat niet zomaar kon: een heiden dopen. Die mens had dan toch eerst Jood moeten worden en de besnijdenis moeten ondergaan. Deze kwestie is zelfs een hele rel geworden en uiteindelijk hebben de Apostelen daarover een complete kerkvergadering belegd: het zgn. concilie van Jerusalem. Voor ons is dat een achterhaalde zaak, maar toen was het de eerste keer dat zich dit voordeed. Daarom moest een kring die gesloten was, opengebroken worden. Later kan men zeggen: 'Waar hebben we ons toen druk over gemaakt!'  We weten echter dat dit openbreken van grenzen zich in de loop van de eeuwen vaak heeft voorgedaan. Elke keer als er een nieuw stukje wereld openging of zich nieuwe perspectieven aandienden, kwam de vraag: Hoe moeten we daarmee omgaan? Enkele voorbeelden: Toen er nieuwe volksstammen werden ontdekt, vroeg men zich in de zgn. beschaafde wereld af: 'Zijn dat volwaardige mensen zoals wij?'  Wij  kunnen erom glimlachen, maar in die dagen werden daarover verhitte discussies gevoerd. Zo vertelt de H. Ignatius in zijn brieven. Toen er in de vijftiger jaren van de vorige eeuw in de V.S. gekleurde mensen dezelfde rechten gingen opeisen als de blanken, heeft de acceptatie daarvan veel pijn en strijd gekost. We denken aan M. L. King en zijn geweldloze protestmarsen. Wij maken het mee dat mensen Europa trachten te bereiken en naar onze streken komen om brood, veiligheid en toekomst te zoeken. Ook over hun asielvraag worden felle en vaak bittere discussies gevoerd.  Blijkbaar hebben mensen de neiging zich met een gesloten kring te omringen. 'Wij, vanzelfsprekend! , maar zij ook: vraagteken?' Heel de geschiedenis door hebben we dit soort grenzen moeten verleggen en zo'n kringen openbreken. En dat blijkt nog helmaal niet zo makkelijk. Want een buitenstaander wordt al gauw als een indringer en dus als een vijand gezien.
 
Ook Jezus zelf heeft daarmee te doen gehad: de kring van trouwe gelovigen die de godsdienst serieus namen enerzijds  en dan de anderen die beschouwd werden als 'tollenaars en zondaars'. Hem werd verweten dat Hij ook met deze mensen omging: 'Wat heb je bij hen te zoeken, Messias? Die horen toch niet bij ons?'  In het verhaal uit Handelingen dat we hebben gehoord, blijkt dat ook Petrus daar tegen op loopt. Hij had destijds nog geen geschreven richtlijnen. Hij had enkel de herinnering aan woorden van Jezus die hij uit diens eigen mond had gehoord: ' Als je alleen je broeders groet, wat voor buitengewoons doe je dan? Dat doen de heidenen toch ook! Als je alleen maar voor je eigen mensen loyaal en barmhartig bent, wat is daar voor bijzonders aan? Ongelovigen doen dat ook!'  'Kijk eens naar mijn Vader', zegt Jezus. 'Die schenkt zijn regen en zonneschijn aan zondaars even goed als aan rechtvaardigen. Hij heeft al zijn mensenkinderen gelijkelijk lief!'  Vraagt de Vader in de hemel ook ons niet even loyaal en ruimdenkend te zijn als Hij zelf?  Al gaat dat bij ons meestal in stappen: die kring van 'wij, en die bij ons horen' wat groter te maken, zodat ook 'zij die daar buiten staan' bij ons binnen mogen komen. Wij zijn immers allen kinderen van eenzelfde hemelse Vader!  Als Jezus ons in het Evangelie van deze dag oproept elkaar lief te hebben dan gaat het niet om de romantische liefde die  zo vaak  uitvoerig bezongen wordt, maar om liefde die vraagt om engagement, de wil ons te verbinden en niet te snel op te geven. De liefde als opdracht en opgave waar je niet voor weg moet lopen. Van nature gaat onze sympathie uit naar wie sterk is, invloed heeft en aantrekkelijk overkomt, maar Jezus heeft ons geleerd en voorgeleefd vooral te zorgen voor de zwakken, mensen die kwetsbaar zijn, weerloos en arm. Hij vraagt van zijn leerlingen niet het onmogelijke, maar dat ze zich laten raken door  de nood van hun naasten en durven delen van hun overvloed. Dat ze risico's niet tot iedere prijs vermijden, maar hun stem laten horen waar dat nodig is. Als christenen mogen we niet wegkijken van mensen in nood, maar ons engageren. De liefde waarvan Jezus en Johannes spreken is  geen kwestie van warme gevoelens jegens anderen, maar van ons inzetten voor wie ons nodig hebben. Daarbij hoort ook het bidden tot de H. Geest om wijsheid, kracht en uithoudingsvermogen, zodat we niet wegdromen en waakzaam blijven bij de keuzes die we maken en de moed vinden om onze kring  te verruimen en de offers te brengen die de naastenliefde vraagt. AMEN.
 
Pastor A.G.M. Franssen
_____________________________________________________
 
Zaterdag1 mei 2021 (Nijswiller)  -  5e ZONDAG VAN PASEN
Lezingen: Handelingen 9, 26-31; 1 Johannes 3, 18-24; Johannes 15, 1-8.
 
Het afgelopen jaar hebben we wereldwijd kunnen ervaren hoezeer de mensheid onder eenzelfde lot gebukt kan gaan en hoezeer dat lot ons verbindt met elkaar. We spraken niet voor niets van een 'pandemie', een woord dat 'heel volk (de mensheid)'  betekent. We konden als we leefden zoals we gewoon waren een bedreiging voor elkaar zijn. We konden door afstand te houden elkaar beschermen. We hebben ook kunnen constateren hoezeer een goede organisatie van maatregelen nodig was. Maar ook hoe noodzakelijk dat iedereen zich aan de maatregelen hield.  En iedere keer is het spannend en extra belastend  voor het zorgpersoneel als men zich niet aan de maatregelen houdt. We hebben veel geleerd over hoe wij, mensen, zijn. Op het moment vernemen we via de media hoe aan arme landen de financiŽle middelen ontbreken om voldoende vaccins te kopen. Ook mankeert het er vaak aan goede organisatie. Sommige rijke landen trekken het op hun fatsoen, voelen zich terecht in geweten aangesproken en komen arme landen te hulp. Mensen in arme landen zijn immers onze medemensen. Door ons samen menszijn zijn we met elkaar verbonden.
 
Over verbondenheid gaan vandaag ook de lezingen uit de H.  Schrift. Als christenen is onze verbondenheid nog sterker geworden dan ze al was door ons samen-mens-zijn. Door ons behoren bij Jezus Christus zijn we ranken geworden aan Hem, de wijnstok. Zijn en onze hemelse Vader is de wijngaardenier. Hij zorgt voor zijn wijngaard maar hij snoeit ook en gooit het snoeiafval weg. Wat wordt daarmee bedoeld? Voor ons is het van cruciaal belang met Jezus, de wijnstok, verbonden te blijven. Die band kunnen we beter niet loslaten, alsof we in staat zouden zijn zelfstandig verder te leven. Die band houden we in stand door, bijvoorbeeld, onze godsdienstige praktijken, ons bidden in de verschillende omstandigheden van het leven; niet alleen als we in de penarie zitten. Die band houden we in stand door het samenkomen in onze kerk, te luisteren naar God die in mensenwoorden tot ons spreekt en samen Brood en Beker met elkaar te delen. Via Jezus als de wijnstok stroomt zijn leven door ons heen, de met de wijnstok en met elkaar verbonden ranken. WŪj leven van zŪjn leven. Daardoor zijn we extra betrokken op elkaar. Dat betekent zorg voor elkaar, elkaar ontzien, elkaar niet in gevaar brengen, maar ook elkaar helpen waar we kunnen, ook al kost het ons tijd, energie, financiŽle ondersteuning van degenen die minder hebben.
 
In de eerste lezing uit de Handelingen van de Apostelen zien we hoe de aanvankelijk fervente vervolger van christenen na zijn bekering volop getuige wordt van het Evangelie van Jezus. Hij is door wat hem op weg naar Damascus overkomen is, totaal omgeslagen. Hij was op weg om christenen gevangen te nemen. Hij is tot het inzicht gekomen dat Jezus' Weg, Waarheid en Leven is voor hem en zijn medemensen. Maar de christenen van Jeruzalem hebben moeite te geloven dat hij zo radicaal veranderd is en nu geŽnt is op wijnstok Christus. De Griekssprekende Joden waar Paulus, gezien zijn opvoeding bij hoort, zien hem als een afvallige en verrader. Ze willen hem uit de weg ruimen. Barnabas ontfermt zich over Paulus en zorgt voor een veilige aftocht. Paulus zal de grote missionaris worden, die zorgt voor de verspreiding van het Evangelie tot in Rome. Er zullen altijd mensen zijn zoals hij, die hun persoon en leven enten op de wijnstok Jezus Christus en overvloedig vrucht dragen. Er zullen ook altijd ranken zijn, die geen vrucht (meer) voortbrengen en weggesnoeid worden. Bidden we vandaag dat we als ranken verbonden blijven met de wijnstok Jezus Christus, mogen leven van zijn levenssappen en vrucht voortbrengen. Mogen het vruchten zijn van zorg, van liefde, van elkaar ontzien, zeker in deze coronatijd . Amen.
 
Pastoor A. Reijnen
_____________________________________________________
 
Weekeind 1/2 mei 2021 2021 - 5e zondag van Pasen
Lezingen uit: Handelingen 9, 26-31 en Johannes 15, 1-8.
 
ZORG DAT JE VERBONDEN BLIJFT MET DE STAM OF STENGEL
 
Jezus vertelt dat de hemelse Vader te werk gaat als een echte wijnbouwer. Weelderige ranken die geen vrucht dragen snoeit Hij weg. En wie wel eens gewandeld heeft in een wijngaard, ziet wat er met die weggesnoeide ranken gebeurt. In korte tijd veranderen de frisse ranken in verlept loof en verdorren. Ze komen bij het afval . Het beeld van de wijnstok dat Jezus gebruikt, kun je ook vervangen door een plant of een bloem met zijn stengel enerzijds en de bladeren en knoppen anderzijds . De stengel staat in de grond of in water en haalt voedsel en vocht naar boven, zodat die plant kan bloeien en zijn mooie kleuren krijgt. Als je blaadjes los trekt of wegknipt, krijgen ze geen voedsel meer, worden ze slap, verdwijnen de kleuren en verdorren ze. Nou zegt Jezus vandaag: 'Ik ben als de stengel, jullie zijn de knoppen. Raak je los van de stengel, dan kun je niets meer. Dan krimp je ineen en je verdort. Je kleuren worden flets en tenslotte val je uit elkaar'. U begrijpt dat het hier gaat om de binnenkant van ons christen-zijn. Geloven is niet zoiets als een label, die je aan een koffer kunt hangen en er ook weer van af kunt halen of als een kleurtje dat je morgen door een ander kunt vervangen. Geloof is als gist dat het hele deeg doet rijzen. Het gaat door merg en been of zoals de Bijbel zegt: het doorgrondt hart en nieren. Geloof maakt ons tot een ander mens. Daarover spreekt Jezus, als Hij het beeld gebruikt van de wijnstok en de ranken of - zoals wij zeggen - over de stengels, bladeren en bloesems. Hij spoort zijn leerlingen aan: 'Blijf  in Mij, blijf verbonden met de stengel, dan blijf Ik in jullie.  Dan komen de levenssappen die je van Mij krijgt in jullie. Los van Mij gaat niets, kom je niet tot bloei, komt er niets uit!'. Niet de stengel draagt vruchten. Die ontstaan als de bloesem bevrucht wordt en het weer meewerkt. De kwaliteit van de vruchten zal des te beter zijn in de mate dat de verbinding met de stengel optimaal is. Hoe intenser wij met die voedende stengel verbonden zijn, des te zuiverder zal onze blik/kijk zijn en de inschatting van wat onze samenleving nodig heeft om tot Gods koninkrijk uit te groeien en wat daarbij van ons verwacht wordt. We stellen dan de juiste vragen, niet alleen in ons bidden, maar ook als het gaat om ons handelen. We maken de juiste keuzes en stellen de goede prioriteiten. We dragen overvloedig vrucht en geven zo de Eeuwige - die Jezus 'mijn Vader' noemt - de eer die Hem toekomt. Zoals het een teler niet alleen gaat om de hoeveelheid vruchten die hij oogst, maar ook om de kwaliteit ervan, zo gaat het God ook en vooral om de kwaliteit van ons doen en laten, de liefde die eruit spreekt.  Zoals ieder die verantwoordelijkheid draagt, of dat nou is voor een tuin, een stuk land, een gezin, een gemeenschap of bedrijf, zo maakt Jezus duidelijk dat kiezen voor groei ook het maken van keuzes met zich meebrengt. Immers niet alles is vruchtbaar. In een bos dat je maar laat doorgroeien, zal op zeker moment het kleine groen dicht bij de grond afsterven, omdat het geen licht meer krijgt. Pas als je wat bomen rooit, krijgen lagere struiken en planten de ruimte en het licht dat ze nodig hebben om te groeien. Zo moet een fruitteler degelijk snoeien. Een wijnbouwer moet niet alleen het overtollige loof wegsnoeien, maar ook een aantal ranken en vruchten om de druiven aan andere trossen dikker te laten worden.  Ook groei als christen vraagt van ons om bewuste keuzes. Want niet al onze mogelijkheden zijn vruchtbaar. Wij hebben het licht, de wijsheid en de moed van de H. Geest nodig om vakkundig te snoeien,  om de juiste keuzes te maken en daar dan ook voor te gaan en vol te houden!  We horen wel eens verhalen van mensen die goed zijn in het zgn. 'multitasken' of te wel bezig zijn met meerdere dingen tegelijk. Je  kunt je afvragen of dat wel zo verstandig is. Zo zie je bv. soms jongeren fietsen die druk in de weer zijn met hun mobieltje, terwijl je zelf ogen en oren de kost moet geven om veilig deel te nemen aan het verkeer. Dagelijks komt er veel informatie op ons af. Hoe ga je daar zo mee om dat ze een bijdrage levert aan jouw geluk en dat van anderen?  Hopelijk niet als hamsters die niets willen missen. Want niet alles kan vrucht dragen! Zo  hebben we legio mogelijkheden om te communiceren en wat zien we: veel mensen geven te kennen dat ze zich eenzaam voelen. Hoewel velen streven naar vrijheid en onafhankelijkheid, denk ik dat gemeenschapszin vruchtbaarder is voor menselijk welzijn en geluk. Jezus' woorden pleiten voor verbondenheid, niet alleen met onze naasten, maar ook met onze geloofsgenoten. In de viering van het weekend komen we als christenen samen rond Jezus, de Heer. Als we die samenkomst loslaten, lopen we dan niet het risico los te raken van de stengel, de wijnstok die Hij is, de stam die ons voedt met zijn Woord?  Dat wij onvoldoende de zichtbare tekens zien van zijn aanwezigheid onder ons? Wij worden dan niet meer gevoed met de Brood dat de Heer ons aanreikt en dat ons met Hem verbindt en dat ons stimuleert en sterkt op Hem te lijken. We missen dan de levende geloofsgemeenschap om ons heen, teken dat Hij als de Verrezene in ons midden aanwezig is. 'Blijf in Mij, dan blijf Ik in u', zegt Jezus en vraag wat je wilt. Dan draag  je goede vruchten. Bidden wij dat het zo mag zijn.  AMEN.
 
Pastor A.G.M. Franssen
 
     
Klik hier voor de digitale Willibrordbijbel.
Desgewenst kunt u daarna klikken
op "Willibrordvertaling".
 
    
 
Het boekje " Bidden thuis ".
     Klik op de link en neem er de tijd voor.
     Laat andere dingen voor wat ze zijn,
     laat het stil worden.
     Dit boekje bevat een aantal gebeden
     die men bij gelegenheid kan bidden.
     Het boekje is nog verkrijgbaar via
     het parochiesecretariaat in Eys.
 
DE NIEUWE VERSIE VAN HET
"ONZE VADER":
(schuin en vet gedrukt zijn de veranderingen)
 
Onze Vader die in de hemel zijt;
uw naam worde geheiligd;
uw rijk kome;
uw wil geschiede op aarde zoals in de hemel.
Geef ons heden ons dagelijks brood;
en vergeef ons onze schulden,
zoals ook wij vergeven aan onze schuldenaren;
en breng ons niet in beproeving;
maar verlos ons van het kwade
 
klik hier voor de terugblik op
de overwegingen van
2015 t/m 2020.
lees hier de overwegingen
van januari-april 2021