Welkom

Algemene informatie

Mededelingen

De overwegingen

Agenda

Parochiebladen

Wat en Hoe bij..... !!

Opleiding en Vorming

Tarieven

Links

Preventie & AVG

Missie (M.O.V.-groep

Zaterdag 11 september 2021 (Nijswiller) - 24e ZONDAG DOOR HET JAAR
Lezingen: Jesaja 50, 5-9a; Jacobus 2, 14-18; Marcus 8, 27-35.
 
De laatste anderhalf jaar zijn voor onze samenleving niet gemakkelijk geweest. In korte tijd moesten we ons allerlei beperkingen laten welgevallen t.g.v. de coronapandemie. Door velen werd het aangevoeld als een inbreuk op onze vrijheid en als een afbreuk doen aan onze -voor de meesten- welvarende manier van leven. En dat was moeilijk. De overheid had het er niet gemakkelijk mee de juiste maatregelen te nemen en ons in regie te houden. En nog steeds wordt er her en der geprotesteerd en lijken de maatregelen niet altijd samen te hangen. Door wat ons is overkomen zijn we echter ook geconfronteerd met hoe kwetsbaar we zijn. En op een dergelijke confrontatie zitten we niet te wachten. Met ons verstand weten we van onze eindigheid. Maar we leven het liefst zonder al te veel problemen. Als ons iets niet bevalt, lijkt de trend, willen we er snel vanaf komen. En dat tot in onze trouwe vriendschappen toe.  Vorige week zaterdag in de NRC in de rubriek 'Meedenkers' een artikel: 'echtscheiding wordt de norm of is dat al. Om de problemen op te vangen bepleit  men niet alleen conflictlessen voor kinderen maar ook voor scheidende ouders. Gezocht wordt naar oplossingen met zo weinig mogelijk schade aan een zo vrij mogelijk bestaan.
 
Er zijn gelukkige perioden in het leven, tijden dat het leven ons toelacht, dat we goed in ons vel zitten. Een goede baan, een lieve partner, de geboorte van een kind zijn zulke gelegenheden. Maar, dat het leven desondanks niet zomaar gelukkig is, staat buiten kijf. Er is sprake van ziekte en kwalen, van vroegtijdige bedreiging van het leven; van zich ongelukkig voelen en  eenzaamheid; een kwart van de jongeren tussen de 18 en de 25 klaagt over depressies. We hebben klaarblijkelijk niet alles in de hand. Van het nieuws word je vaak ook al niet vrolijk. Het kan ons angstig  te moede worden als we vernemen van wat er zich op onze aarde afspeelt. Denk aan Afghanistan, denk aan de oorzaken van de vluchtelingenstromen, denk aan de mensen die door armoede niet eens de energie hebben om van hun plek af te komenÖÖ 
 
We lazen vandaag in deze viering teksten van Jesaja en Marcus in de H. Schrift. Jesaja, de profeet, de door en door rechtvaardige mens, die zich niet verzet tegen marteling en vernedering; Jezus, de genezende, bevrijdende en weldoende Christus, die zijn leerling Petrus een 'satan' tegenstrever noemt en hem naar de kant verwijst. Hij kan immers niet hebben dat Jezus spreekt over zijn lijden. Dat past niet bij de opvatting van Petrus over Jezus als de (Messias) Gezalfde van God. Onbegrip dus bij Petrus. Het overeind blijven bij lijden en dood, het zich blijven toevertrouwen aan God, horen voor Jezus bij het leven, maken er deel  van uit. Op die manier is Hij ons leven komen delen, heeft Hij zich Gezalfde, Zoon van God getoond, dť Mensenzoon, zoals Hijzelf graag zegt. In het geven van zichzelf, in het doorleven van pech, tegenslag, Hem aangedaan kwaad en dood, wees Hij zijn ons een weg. De vraag is of dat nog past dat bij onze (westerse) tijdgeest? Kan die zulk een opvatting (nog) verkroppen? Mij dunkt dat we in onze 61-jarige bisschop een voorbeeldfiguur hebben hoe hij met zijn hersentumor omgaat; hoe hij zich gelukkig prijst met de tijd die hij nog krijgt en leeft vanuit een rotsvast godsvertrouwen, dat hij ervaart als een genade. Hij is dankbaar voor alle aandachtige  brieven en het gebed voor hem in deze situatie.
Tot allen, leerlingen en menigte zegt Jezus: WŪe mijn volgeling wil zijn moet Mij volgen door zichzelf te verloochenen en zijn kruis op te nemen. Want wie zijn leven wil redden zal het verliezen. Maar wie zijn leven  verliest omwille van Mij en het Evangelie zal het redden'. In de woorden van Jezus wordt bevestigd, dat de onbaatzuchtige zich gevende liefde (eeuwig) leven in zich draagt. Zijn opstanding met Pasen is er de bevestiging van. Amen.
 
Pastoor A. Reijnen
____________________________________________________
 
Zaterdag 4 september  2021 (Nijswiller) - 23e ZONDAG DOOR HET JAAR
Lezingen: Jesaja 35, 4-7a; Jacobus 2, 1-5; Mc 7, 1-37
 
Het verlangen naar leven is onder verreweg de meeste van ons mensen groot. We houden ons leven graag in stand en planten ons, ook al ligt het geluk niet zomaar voor de hand. Huisartsen, specialisten, verpleegkundigen, psychiaters, psychologen, geestelijk verzorgers hebben hun handen vol bij de hulpverlening aan mensen met kwalen. De afgelopen anderhalf jaar heeft de farmaceutische industrie een grote inspanning moeten leveren bij het fabriceren van vaccins ter bestrijding van het coronavirus. Er zijn en blijven echter nogal wat mensen gekweld door kwalen, van lichamelijke en psychische aard. De nodige mensen ontbreekt het hen aan erkenning en respect; ze worden ze niet 'gezien', het  ontbreekt het hen aan ontferming en sturende ondersteuning.
Vooral heeft onze samenleving de Zorg op vele terreinen in het leven geroepen. Gelukkig zijn er veel mensen in de zorg, die van binnenuit en niet alleen voor een salaris het noodappťl van hun medemensen verstaan en vanuit liefde en mededogen voor hen zorgen.
 
Met ons verstand weten we van onze eindigheid,  vroeg of laat; van de mogelijkheid van aantasting van het leven. (Denk aan het gesprek met onze zieke bisschop in de Limburger van vandaag/gisteren 4 september). Toch blijft er een droom, een verlangen naar leven.  Als christengelovigen vertrouwen wij ons in ons verlangen naar leven toe aan God in het besef dat we het leven gekregen hebben en het niet zelf in de hand kunnen houden. Denk aan onze zieke bisschop en zijn rotsvast vertrouwen in overgave aan God.
 
Die houding (van verlangen naar leven waarin we ons toevertrouwen aan God) treffen we aan in veel verhalen uit de H. Schrift zoals die van vandaag. Jesaja spreekt (in de 1e lezing) de ballingen in BabyloniŽ moed in. Weggevoerd uit hun eigen land leeft in hen heimwee, een verlangen zoals ook bij ballingen en vluchtelingen in onze tijd. Als Gods gerechtigheid mag doorbreken wordt volwaardig leven gewaarborgd, de terugkeer  van de ballingen naar eigen land, waar God gediend wordt en de medemens geheeld. Denk aan vluchtelingen in onze tijd; denk aan de mensen in Afghanistan, denk aan het bedreigde leven van zovelen door het toedoen van mensen. Hun leven kan niet 'open gaan'.
 
In het Evangelie geneest Jezus een doofstomme, die door zijn kwaal maar heel beperkt kan deelnemen aan het leven in de samenleving. Het gaat bij Marcus in zijn Evangelie om Jezus' bekommernis met mensen, die het niet gemakkelijk hebben en gehandicapt zijn, zoals de doofstomme. 'Ga open', zegt Jezus tegen de doofstomme. Dat heeft in het Evangelie niet alleen een lichamelijke betekenis, maar ook een geestelijke: 'ga open voor het bevrijdende woord van Jezus' goede tijding', voor de erkenning van God als ůnze Vader, die om  ons, zijn mensen, bekommerd is. De genezen doofstomme zal begrijpen dat het om openheid gaat, om gerechtigheid en liefde van de mensen voor elkaar. Wil dat tot in het hart van zijn toehoorders doordringen dan moet het bij Jezus niet gaan om Hem als een sensationele wonderdoener. Daarom zijn poging ophef te vermijden. Als degenen, die getuigen zijn van zijn weldoen aan mensen, zeggen 'alles heeft Hij (Jezus), welgedaan; Hij laat doven horen en stommen spreken' moet het om meer gaan dan een constatering. Hij heeft zijn leven aan het kruis aan God toevertrouwd. Hij heeft zijn mensen lief gehad en voor hen gezorgd zoals vandaag in het Evangelie voor de doofstomme man. Hij spoort ons aan Hem na te volgen, ons leven in Gods hand te leggen en in daden bekommerd te zijn om onze medemens, terwijl Hij weet, dat degenen die uit zijn op sensationele wonderen zullen afhaken. Die Hem navolgen zullen echter 'de vreugde van het Evangelie' ervaren. Amen 
 
Pastoor A. Reijnen
____________________________________________________
 
29 augustus 2021 (Nijswiller) - 22e zondag door het jaar
Lezingen: Deuteronomium 4, 1-2.6-8; Jacobus 1, 17-18.21b-22.27; Marcus7, 1-8.14-15.21-23.
 
We zijn gewend aan het volgen van voorschriften. In ons land houden we als we deelnemen aan het verleer rechts. Komen we op ons werk dan zijn er allerlei wetten waaraan we moeten voldoen om een veilige werkplek te waarborgen. Als we een huis of een schuur willen bouwen zijn we aan allerlei voorwaarden gebonden. In de coronatijd werden we verplicht om mee te werken aan het bestrijden van het virus. Veel voorschriften en wetten bij ons hebben de bedoeling een zo goed en vreedzaam mogelijke samenleving te waarborgen. Maar over de inrichting van de samenleving is niet iedereen het eens. De Taliban en IS in Afghanistan denken anders over doel en  inrichting van de samenleving dan wij in ons zogenoemd democratische Westen.
 
Ga je in onze Joods-Christelijke traditie te rade bij de Bijbelse verhalen dan wordt ons in de verhalen van vandaag richting gewezen. Het gaat over twee verhoudingen: onze juiste verhouding tot God en medemens. De zogenoemde 10-Geboden in de Wet van Mozes hebben daarmee te maken. T.a.v. God gaat het dan over de erkenning van God als de enige God, die met ons is, als Schepper bron van ons bestaan; voor Wie we tijd vrij moeten maken en wiens Naam we met eerbied moeten noemen.  T.a.v. de medemens gaat het erom hem/haar niet te schaden of te benadelen, maar goed en behulpzaam met hem/haar om te gaan, met name de medemensen in nood in de wereld die mensen zelf veroorzaken. Alle mensen zijn geschapen naar Gods beeld en gelijkenis. Een volk dat Gods heilzame bepalingen en voorschriften volgt is (volgens de 1e Lezing) 'wijs en verstandig' (vers 6) en 'zal leven' (vers 1). In wezen zijn de voorschriften en bepalingen eenvoudig. Ze sporen ons aan  onze liefde tot God en medemens. En dat is -gezien wat er allemaal in onze wereld gebeurt hoogst noodzakelijk.
Maar ook onze geloofsgemeenschap bestaat uit mensen met hun hebbelijkheden en onhebbelijkheden. Er kunnen er tussen zitten die onder het mom van vroomheid hun eigen opvattingen aan hun medemensen opleggen. Zoiets komen we vandaag tegen in het Evangelieverhaal van Marcus. FarizeeŽn en enkele Schriftgeleerden uit Jeruzalem verwijten de leerlingen van Jezus te 'eten zonder vooraf hun handen gewassen te hebben'. Ze hadden meer van die voorschriften gemaakt m bv.de inperking van de bewegingsruimte op de sabbat. Daarmee zetten ze hun medemensen onder druk. Jezus is furieus. Wat FarizeeŽn en Schriftgeleerden leren zijn voorschriften, die niets met de kern van de wet te maken hebben, niets met geloof en zich toevertrouwen aan God, maar met uiterlijkheden;  niet met het mensen God nabij brengen, maar zelf baas over hen spelen. Het is een gevaar, dat iedere godsdienst kan bedreigen, ook de onze. Het gaat erom dat we ons als kerk voortdurend afvragen welke de grondwaarden van de Jezus-beweging in het Evangelie zijn. Jezus leert ons tot God te bidden als onze Vader; Hij leert ons ook onszelf te gedragen als de naaste van onze medemensen, vooral van de medemens in nood. Dat het niet gemakkelijk is daar wijst Jezus op als hij zegt wat de mens van binnenuit verontreinigt: boze gedachten, ontucht, diefstal, moord, echtbreuk, hebzucht, kwaadaardigheid, bedrog, losbandigheid, afgunst, godslastering, trots en lichtzinnigheid.  Ze tasten het leven aan. Ze tasten het samen-leven aan. Kiezen we voor de grondwaarden van het Evangelie: de liefde voor God en medemens en proberen we dat zo goed mogelijk in praktijk te brengen. En we zullen leven. Amen
 
Pastoor A. Reijnen
____________________________________________________
 
Zaterdag 21 augustus 2021 19.00 uur - 21e zondag door het jaar
Lezingen uit: Jozua 24, 1-2a. 15-17. 18b en Johannes 6, 60-69.
 
GELOVEN ALS EEN GAVE EN EEN OPDRACHT
 
Onlangs las ik een overweging van een collega die helaas nog niets aan actualiteit heeft ingeboet. Ik zal proberen de kern van zijn  betoog weer te geven op mijn manier. We worden regelmatig opgeschrikt door aanslagen, waarbij mensen zichzelf opblazen of  explosieven tot ontploffing brengen op plaatsen waar veel mensen bij elkaar zijn. Zo maken ze  tientallen onschuldige slachtoffers. Soms is hun actie politiek gemotiveerd. Vaak gebeurt dat ook in de naam van een of andere god of profeet. Dat roept bij ons afschuw en onbegrip op. Een overtuiging of geloof dat mensen zo fanatiek en bloeddorstig maakt, heeft ons inziens geen recht van bestaan en heeft niets met geloven te maken. Zulke aanslagen vinden niet alleen plaats in Europa, maar ook  in de contreien waar Jezus eens rondliep. Hij verkondigde zijn volgelingen een God die is als een goede Vader. Hij vertťlde niet alleen over die liefdevolle God, Hij liet hen ook zien hoe dat werkt:  je naaste respecteren en liefhebben als jezelf. Ja, zelfs je vijanden niet haten of vervloeken, maar voor hen bidden. Hij nodigde zijn toehoorders uit om te vergeven, niet ťťn keer of zeven maal, maar telkens opnieuw. Hij maakte duidelijk dat geloven geen wapen is om anderen je wil op te leggen en naar je hand te zetten! Het is ook geen kussen om de harde stoel van het leven zacht en comfortabel te maken. ' Als je wilt geloven', zegt Jezus dan moet je je laten leiden door de goede Geest die van God uitgaat'. Die Geest maakt duidelijk dat God iedereen recht doet, vooral de minsten op deze aarde. Als Jezus zieken geneest en brood laat uitdelen, hebben de mensen die Hem volgen daar geen moeite mee. Integendeel: hoe meer, hoe beter! Maar dat mijn recht geen recht is, zolang dat van mijn naaste krom is: daarmee instemmen is moeilijker. Dat vraagt veel inlevingsvermogen en opoffering. Daarom zeggen Jezus' toehoorders: 'Dit zijn woorden die ons tegen de borst stuiten! Wie kan daar nog naar luisteren?' Jezus reageert: 'Als je daar niet mee kunt instemmen, dan ga je maar!' En zo komt het dat veel van zijn leerlingen Hem de rug toekeren en niet langer met Hem meetrekken, vertelt Johannes. Gebeurt dat ook niet in onze dagen?  Mensen die alleen willen geloven, als hun dat voordeel oplevert en hun eigenbelang daarmee gediend wordt. Zolang geloven is als een warme deken waar je onder kunt kruipen, dan is het okť. Als er echter barmhartigheid wordt gevraagd, geven velen niet thuis. Dat maakt Jezus niet boos. Wel zegt Hij duidelijk: 'Niet iedereen kan of hoeft te geloven. Je kunt niet geloven, als het je niet door mijn Vader gegeven is!'  Blijkbaar is het niet iedereen gegeven om te geloven. En zij die het wel kunnen, hoeven zich daarop niet te laten voorstaan. Zij hoeven zich niet beter te wanen dan zij  die  niet kunnen of willen geloven. Immers geloven is niet alleen een gave van God, een genade en geschenk, maar ook een opdracht. En die opdracht houdt niet in andersdenkenden te veroordelen, hen met mensonterende acties bestrijden,  allerlei verplichtingen op te dringen of zelfs van het leven te beroven. Geloven is evenmin je laten wegzakken in het lauwe bad van gemakzucht en denken dat jij alles van God mag verwachten en Hij niets van jou.  Geloven is veeleer verontrust en verbijsterd raken bij het zien van de verschrikkingen en het onrecht dat mensen elkaar aandoen. Niet alleen dwaze terreur moet ons verontrusten, maar ook als hen eigen verantwoordelijkheid wordt ontnomen. Als kinderen  worden mishandeld of vrouwen  worden misbruikt doordat hun rechten niet worden gerespecteerd. Als bv. jongeren worden gedrogeerd en wapens in handen krijgen om te moorden. Een heilige onrust moet zich dan van ons meester maken, want er bestaat geen God die zoiets wil of bedoeld heeft. Er is geen God die dit zal oplossen. Er zijn alleen mensen die daar iets aan kunnen doen. Met de innerlijke kracht die God ons geeft, zijn wij in staat onrecht aan te wijzen en eraan te werken om het te keren. God schenkt ons de gave van het geloof om ontroerd te raken, als we bv. een vader of moeder ontmoeten die veel verdriet heeft, omdat de kinderen ruzie maken, niet meer thuis komen of verkeerde wegen gaan. Of dat wij begaan zijn met kinderen die ernstig ziek zijn en mededogen voelen met de manager die zozeer opgaat in zijn werk dat hij van niemand kan houden. Ontroerd raken is een talent dat God ons schenkt.  Als het wel en wee van anderen ons niet (meer) raakt, is dat heel jammer. Dan nemen we maar een andere weg.
 
Ieder van ons kent het verhaal van St. Martinus. Hij is officier in het Romeinse leger. Tijdens zijn werk wordt hij geraakt door een doodzieke. Volgens de voorschriften mag hij zijn mantel niet weggeven. Toch doet hij iets. Hij snijdt hem doormidden en geeft de helft aan de verkleumde man. Zo gaat hij niet in tegen de regels en kan toch helpen. M.a.w. soms moeten we heel creatief zijn om ons mededogen waar te maken. We weten allen dat je niet perse in God hoeft te geloven om geraakt te worden door onrecht. Talloze mensen worden geraakt door het leed van medemensen en ontfermen zich over hen. Maar je kunt niet echt in God geloven, als je wegkijkt en je niet laat raken door de nood van je naaste, je niet over hem/haar ontfermt !  Dat verklaart misschien waarom Jezus vaak botste met de Schriftgeleerden. Geleerde mensen die zich vaak niet lieten raken door onrecht dat ze zagen en geen hand uitstaken naar mensen die in hun ogen zondig en onrein waren. Als zijn volgelingen, als geloofsgemeenschap geeft Jezus ons de heilige opdracht om het mededogen dat wij voelen om te zetten in liefdevol handelen. We worden uitgedaagd om bezield door Gods Geest te ijveren voor een wereld waar mensen elkaar niet langer beschouwen als vijanden, maar elkaar durven zien als naasten.
 
We moeten erkennen dat we vaak bang en wantrouwig zijn, zeker tegenover mensen die we niet kennen. Voorzichtigheid is geboden, want we merken dat machten die anderen minachten en onderdrukken sterk zijn . Maar ze zijn nooit te groot en te sterk voor mensen die durven vertrouwen op God en geloven in zijn scheppende kracht. Omdat wij vaak geloven en handelen met knikkende knieŽn, sluit ik me graag aan bij de man die tot Jezus zegt:  'Heer, ik geloof, maar a.u.b. mijn ongeloof te hulp!'  AMEN
 
Pastor A.G.M. Franssen
____________________________________________________
 
 
Zaterdag 14 augustus 2021 (Nijswiller) - 20e zondag door het jaar
Maria Tenhemelopneming (hoogfeest) (Kroetwuschzegening).
Lezingen uit: 1 Kronieken 15, 3-4 + 15-16 + 16, 1-2 en Lucas 11, 27-28.
 
MARIA LAAT ZIEN WAT GODS LIEFDE IN ONS KAN BEWERKEN
 
Wij leven in een maatschappij waarin we niets aan het toeval durven overlaten. De angst dat zaken fout lopen zit bij velen diep. Sommigen streven ernaar dat hun leven perfect wordt. Ze willen alles er uit te halen wat er in zit.  In deze samenleving vieren wij het feest van de tenhemelopneming van Maria. Wij vieren dat zij haar voltooiing heeft gekregen nŠ haar dood. Dus niet tijdens haar aardse leven, maar in de hemel bij God. Dat moet ons aan het denken zetten, wij die vaak alle kaarten zetten op dit ondermaanse. Mikken op iets dat je niet kunt bewijzen maakt dit feest misschien tot een lastig feest. Immers velen durven niet geloven in een leven na de dood. Het is daarom belangrijk ons te realiseren wat er aan Maria 's tenhemelopneming vooraf is gegaan. Haar leven is niet over rozen gegaan. Ze heeft heel wat meegemaakt. Stel je voor dat je als jong meisje zwanger raakt, terwijl je niet getrouwd bent. Je verloofde Jozef verbreekt de relatie niet en blijft je trouw. Je kind komt ter wereld, ver van huis in een stal, in de winter. Dit kind - Jezus - gaat al vroeg zijn eigen weg. Je kunt Hem niet altijd volgen in zijn ideeŽn en redeneringen, en toch blijf je Hem ondersteunen. Als Hij leerlingen om zich heen verzamelt en een beweging op gang brengt,  hou je je hart vast, maar je blijft Hem volgen. Het doet de ouders veel pijn als ze ervaren dat de leiders van hun eigen volk Hem afwijzen. En tot overmaat van ramp wordt Hij geliquideerd door de Romeinen. Menig ouder gaat eronder door, als hij zoiets moet meemaken. Tot het eind van haar leven heeft Maria steeds opnieuw angsten gekend, want de jonge Kerk die Jezus stichtte werd regelmatig vervolgd. Zij had in die beweging een spilfunctie. Zij was immers Jezus' moeder. Omdat Jezus zo diep met God verbonden was, werd Hij door zijn leerlingen Gods Zoon genoemd. In die beweging  neemt Maria vanaf het begin een heel bijzondere plaats in. Terwijl wij vanuit de evangelies en de Traditie maar weinig van Maria weten, blijft zij mensen aantrekken. Haar verering  lijkt ook weinig last te hebben van de huidige ontkerkelijking. Daarvandaan de vraag: 'Wat trekt veel mensen aan in Maria?' In iedere kerk of kapel branden er kaarsjes bij de beeltenis van Maria. Bedevaartsoorden aan haar gewijd trekken veel pelgrims. Wie ooit in Lourdes was, kan dat bevestigen. Dat geldt ook voor plekken als Banneux, Kevelaer en O.L.Vrouw Sterre der Zee e.a.. Veel mensen, kerkelijk of niet, vinden in haar een bron van hoop, bemoediging en troost. Dat komt niet omdat Maria in een of ander opzicht buitengewoon was. Uit de sobere verhalen in de Bijbel blijkt dat ze heel gewoon was: een eenvoudig meisje uit Nazareth, dat geluk en tegenslag heeft gekend zoals veel vrouwen en moeders. Ze blijkt een moeder die haar Zoon niet altijd begrijpt. Naast herkenning vinden velen in haar een voorbeeld van geloof en godsvertrouwen. Ze raakt niet in paniek door de vraag van de engel. Moedig gaat ze haar weg, ook al brengt die haar aan de voet van het kruis waaraan haar Zoon hangt. Haar leven laat ons zien waartoe God in staat is, als een mens zich openstelt voor zijn Woord. Als wij oprecht tot God durven zeggen: 'Laat met mij gebeuren wat U met mij voor hebt' zoals Maria, dan kunnen er grote dingen gebeuren. Om dat mogelijk te maken moeten we niet voortdurend zelf de koers van ons leven willen bepalen en zelf alle touwtjes in handen willen houden, maar ons aan Gods leiding durven toevertrouwen. Maria' s opneming in de hemel zegt ons dat elk mens toekomst heeft bij God, als hij zich laat leiden door Gods Geest. Daarom is dit feest een uitnodiging en uitdaging voor u en mij. Na Jezus die de weg heeft gebaand en Maria die ons voorgaat op die weg worden wij opgeroepen medereizigers te worden. Maria laat ons zien dat het kan; dat wie op God durft vertrouwen en eenvoudig en dienstbaar leeft, groot is in de ogen van God en niet verloren loopt. Op deze manier is Maria onze gids die ons naar haar Zoon Jezus brengt. Ons in eenvoud van hart openstellen voor Jezus' Woord en voor de signalen die God ons geeft helpt ons te verstaan waar het voor God op aankomt en welke plannen Hij met ons heeft. De tekst van Maria' s lofzang, het Magnificat, kan voor ons als een betrouwbare richtingwijzer fungeren. Als wij Maria niet zouden zien als een levende persoon, dan zouden we haar niet kunnen vereren en aanroepen als onze voorspreekster bij God. In haar hebben wij een menselijke Moeder, die ons kracht geeft om bij alle moeilijke momenten in ons leven en bij de vreugdevolle, te blijven vertrouwen. Maakt het geloof in een verder na de dood ook niet dat wij meer ontspannen in het leven nu kunnen staan? Wie er op vertrouwt dat hij zelf niet alles hier en nu hoeft te klaren en op te lossen, ontvangt makkelijker de ondersteuning om vruchtbaar in dit leven te staan. Maria zingt: 'Van vreugde juicht mijn geest om God,  mijn Redder'. M.a.w. het gaat haar niet om haar eigen persoontje, het gaat Maria om wat God  met haar wil  doen. Als wij ons daar voor open stellen, zullen ook wij eens voltooid worden. Bernardus van Clairveaux schrijft: 'Als je levensboot door storm en ontij heen en weer wordt geslingerd, wend dan je ogen niet af van de ster die Maria is. In gevaar, benauwdheid en twijfel: zie op naar Maria en roep haar aan. Wie haar volgt , verdwaalt niet. Wie tot haar bidt, zal niet verdrinken in wanhoop. Als zij je bij de hand neemt, zal de angst je niet verlammen. Als haar liefde je begeleidt, zul je veilig de haven bereŪken.'  Laten wij samen bidden om haar voorspraak:  WEES GEGROET MARIAÖ.
 
Pastor A.G.M. Franssen
____________________________________________________
 
Zaterdag 7 augustus 2021 (Nijswiller) - 19e zondag door het jaar
Lezingen uit: 1 Koningen 19, 4-8 en Johannes 6, 41-51.
 
BROOD UIT DE HEMEL ONTVANGEN EN DOORGEVEN.                                  
 
In het Evangelie van deze dag hoorden we van het gemor van de Joden tegen Jezus. Vreemd is het niet, want als iemand die we kennen vertelt dat hij brood uit de hemel is en van God komt, dan zeggen of denken we: 'Moet die mens niet naar een goede psychotherapeut?' Zo iemand nemen we niet serieus. Wat Jezus precies tegen zijn volksgenoten heeft gezegd, weten we niet. Feit is dat dit verhaal een uitdrukking is van de geloofsovertuiging die er leefde in de christengemeente van de apostel Johannes, de leerling van Jezus die ook zijn moeder Maria in zijn huis heeft opgenomen. Ruim 50 jaar na Jezus' dood heeft hij zijn ervaringen met de Heer op schrift gezet.
 
Onvrede en gemor kennen wij ook in onze dagen. Denk bijv. aan de massale protesten in Wit-Rusland, Hongkong enz. Protesten tegen zinloos geweld of de corona-maatregelen. Soms heeft gemor en protest te maken met ons beeld van vroeger. Dan hoor je uitspraken als: 'Vroeger was het nog veilig op straat. Vroeger was er werk voor ieder die werken wilde. Vroeger waren de kerken vol en kregen we duidelijke antwoorden op onze vragen enz.'  Sommigen zeggen zelfs dat vroeger alles beter was. Was dat wel zo? De Bijbel verhaalt dat de Joden morren als ze na hun bevrijding uit Egypte in de barre verlatenheid van de woestijn komen en terugdenken aan het weinige brood dat ze als slaven nog altijd hadden. Dat ze destijds onvrij waren, geslagen werden en soms willekeurig gedood, daar werd even niet meer aan gedacht.
 
De profeet Elia van wie de 1e lezing verhaalt, zag het helemaal niet meer zitten. Om zijn vege lijf te redden is hij hals over kop de woestijn in gevlucht, moe en afgepeigerd door zijn confrontatie met koningin Izebel. In plaats van geloof in de ware God promootte zij de Bašl-cultus. Uitgeput en gedesillusioneerd legt Elia zich te rusten onder een bremstruik. Mogelijk heeft een nomade hem gevonden en zich in gastvrijheid over hem ontfermd . Hij voorziet hem van water en brood. Elia is daar tevreden mee. Het helpt hem zijn uitputting te boven te komen en verder te trekken.
 
In het Evangeliefragment dat aan de tekst van vandaag voorafgaat vertelt Johannes dat een groep volksgenoten na het broodwonder op zoek gaat naar Jezus. Als ze Hem gevonden hebben, zegt Jezus: 'Jullie zoeken Mij niet, omdat je de bedoeling van het gebeuren met het brood begrepen hebt, maar omdat je van de broden gegeten hebt en je honger hebt kunnen stillen. Makkelijk is dat: volop kunnen eten waar je niets voor hoeft te doen. Wie wil dat niet?' Ook in onze tijd vullen velen hun dagen met brood en spelen. Maar het gaat Jezus  niet zozeer te zorgen voor brood en spelen, maar om voedsel voor onze ziel.  Hij spreekt over 'levend brood uit de hemel'. Hij heeft het over zichzelf, niet uit zelfverheerlijking, maar als een weg om je leven inhoud te geven. We kunnen hongerige mensen helpen door ze brood te geven en soms moet dat ook als een eerste stap. We kunnen ze echter ook helpen hun leven zo in te richten dat ze voortaan zelf voor hun brood zorgen. Je kunt ze zaken aanbieden die diepgang geven en waardoor ze creatief met hun leven leren omgaan. Jezus zegt: 'Ik ben het levende brood dat uit de hemel neerdaalt'. M.a.w. hij komt van Elders, Hij komt van God en dat geldt ook voor zijn boodschap. Hij wil voedsel zijn voor de ziel en onze creativiteit stimuleren, zodat wij medemensen kunnen voeden. Wat er in het leven en optreden van Jezus in het oog springt is zijn bijzondere verbondenheid met de hemelse Vader. Hij zegt daarover: 'Alleen wie van de Vader komt, heeft de Vader gezien en kent de Vader'.  Vanaf het begin laat God zijn aanwezigheid oplichten in de schepping, de geschiedenis en de Schrift. Wie de werkzaamheid van de Vader daarin heeft bespeurd, die mens herkent ook Jezus die de goddelijke boodschap voortzet. In Hem wordt God, die in het Oude Testament verhuld werkzaam was, volop hoorbaar, zichtbaar en tastbaar. We kunnen zeggen: Jezus is het tastbare onderricht, het levende Woord van de Vader in ons midden. 'Wie Hem ziet, ziet de Vader', zegt Johannes. 'Hij is ťťn in wezen met de Vader', zeggen de concilievaders (325).  Jezus' toehoorders beroepen zich op hun religieuze verleden. ' Onze voorouders hebben het manna gegeten in de woestijn', zeggen ze. Maar Jezus ziet de O.T. geschiedenis als een prelude, een voorspel op wat komen gaat. Het manna was niet het echte brood uit de hemel, het was slechts een verwijzing naar het ware Brood dat zou komen. ' Ik ben het levende Brood dat uit de hemel is neergedaald', zegt Jezus. Al die 'Ik- ben- woorden'  in het Johannes Evangelie, zoals 'Ik ben het levende water, de goede Herder, het licht van de wereld enz., verwijzen naar het Oude testament, toen Mozes bij de brandende braamstruik de Godsnaam ontving 'Ik ben die is. Ik ben de geheel en altijd Aanwezige'.  De ' Ik-ben- woorden' van Jezus geven inhoud aan die eerste naam van God. Door Jezus maakt God zich bekend als brood en drank, als licht en leven. In Jezus maakt Hij duidelijk dat Hij de mensen als een goede Herder wil voeden en laven en iedereen goed wil doen. 'Het brood dat Ik zal geven is mijn leven', zegt Jezus. 'Wie van dit brood eet, krijgt geen honger meer'. M.a.w.  dit is het brood dat echt verzadigt. Wie liefheeft en zichzelf  geeft, zal ervaren wat echt verzadigt. Wij ontvangen Jezus' Brood om ons op onze beurt te geven voor anderen. Als wij 'Amen' zeggen bij het ontvangen van de H. Communie, zeggen we daarmee:  ' Ik zeg 'Ja' op de boodschap van Jezus. Van Hem ontvang ik Geestkracht om mijn leven niet enkel in te vullen met 'brood en spelen', maar met hoop tegen alle wanhoop in, met geloof dat bergen verzet en met liefde die vergeeft. Bidden wij dat het zo mag zijn. AMEN.
 
Pastor A.G.M. Franssen
____________________________________________________
 
Zaterdag 31 juli 2021 (Nijswiller) - 18e zondag door het jaar
Lezingen: Exodus 16, 2-4.12-15; EfeziŽrs 4, 17.20-24; Johannes 6, 24-35.
 
Lees of hoor je de verhalen uit de Bijbel dan worden we geconfronteerd met verhalen in andere omstandigheden dan de onze. Op grote groepen vluchtelingen in de wereld na, zijn wij niet zoals het Joodse volk in de 1e lezing door een woestijn onderweg naar een beter bestaan. De meesten van ons hebben het goed. Nederland is een van de welvarendste landen van de wereld. Meer dan 80 % van de Nederlanders is tevreden, zoals uit de statistieken blijkt.  Onze welvaart brengt ook met zich mee dat we ons vrij voelen ons leven in te richten zoals we dat zelf willen. Door de coronapandemie zijn we weliswaar gestuit op grenzen, maar we groeien door overheidsmaatregelen en vaccinaties toch weer terug naar het 'oude normaal'. Er kan ook weer gereisd worden, zij het met enige beperkingen. En, als we op vakantie gaan is dat niet omdat we op zoek zijn naar een betere toekomst. We komen weer graag terug, want we hebben het hier goed.
 
Onze omstandigheden verschillen nogal van die ons in de Schriftverhalen van vandaag zijn voorgehouden. Het volk van God is door de woestijn op weg naar een nieuw bestaan en leiden een karig bestaan. Dat is karig. De vraag komt bij hen naar boven of de vrijheid, die ze nu hebben wel opweegt tegen de 'vleespotten' tijdens hun verblijf als slaven in Egypte. Toen hadden ze tenminste te eten en niet van dat vreemde eten in de woestijn. Is het materiŽle welzijn niet meer waard dan vrijheid. Ze moeten heel erg wennen aan het leven in de woestijn. Maar aan de hand van de Godsman Mozes leren ze in het voedsel ze vinden te zien dat er  God onder hen de Aanwezig is die geen slavernij wil, maar vrije mensen. En Hij zorgt ook nog voor hen, zij het dan met wat aan voedsel en water in de woestijn te vinden is
 
Ook Jezus onderkent de verleiding van het materiŽle bij de mensen, die Hem zoeken. Een mens moet iedere dag eten en drinken en als ze dat ook nog gratis krijgen is dat mooi meegenomen. Zo iemand als Jezus, die een grote menigte te eten gaf, die willen ze wel koning maken, vernamen we in het Evangelie van vorige week. Maar het gaat om meer dan het materiŽle in het leven. Het gaat b.v. in het zien van de ander om het appŤl dat daarvan uitgaat hem of haar geen kwaad te doen.  Als mensen Jezus opzoeken gaat het om de acceptatie van Jezus zelf en zijn boodschap van liefde voor God en medemens. Hij is het Brood uit de hemel, dat leven geeft, ons sterkt om wat het leven en de zin ervan aantast achterwege te laten; ons sterkt om respectvol met elkaar om te gaan, te ondersteunen, te vergeven als dat nodig is, in plaats van elkaar naar het leven te staan. We dreigen er langzamerhand aan gewend te raken dat regelmatig in onze samenleving mensen slachtoffer zijn van steek- of schietincidenten? Daarbij kunnen we ons gelukkig voelen als het ons niet overkomt. Reikt het geloof in Jezus en zijn Evangelie ons niet juist waarden aan waar mensen naar uitzien? In de watersnood die onze regio heeft getroffen hebben we gezien hoe groot het appŤl ervan was op de hulpvaardigheid van mensen; hoe hartverwarmend die hulp door medemensen werd verleend. Het zou toch mooi zijn als het leven van alledag ruimte zou behouden om interesse te tonen in elkaar, elkaar te ontmoeten, elkaars naaste te zijn in vreugde en verdriet, in materiŽle en geestelijke nood. Het geloof in Jezus en zijn Evangelie verschaft ons de broodnodige ondersteuning daarbij.       
 
Pastoor A. Reijnen
____________________________________________________
 
Zaterdag/zondag 31 juli/ 1 augustus 2021  - 18e zondag door het jaar
Lezingen uit: Exodus 16, 2-4. 12-15 en Johannes 6, 24-35.
 
WIE STILT ONZE DIEPSTE HONGER ?
 
Een pasgeboren baby, nog maar net op de wereld, heeft een ingeboren reflex om onmiddellijk te willen drinken. Als het kind de borst of de fles krijgt, zuigt het met kracht de melk naar binnen. En we beseffen: het is meer dan alleen voedsel dat het binnenkrijgt, het is ook aandacht, warmte, nabijheid, liefde, leven. En over dat mťťr gaat het in wezen in het Evangelie van vandaag. Honger hebben, dorst hebben: dat hoort bij onze menselijke constitutie. Je merkt hoe belangrijk de maaltijden zijn voor bewoners in een verzorgingshuis. Als die niet goed verzorgd zijn, geeft dat reden tot klagen en ontevredenheid. De behoefte aan eten en drinken kan ook ons bezorgd maken: angst dat er niet genoeg is of dat bepaalde producten niet voorhanden zijn.
 
De 1e lezing vertelt over het volk IsraŽl dat onder leiding van Mozes de slavernij in Egypte ontvlucht is, op zoek naar vrijheid. In de woestijn gekomen, dreigen ze om te komen van honger en dorst. Dan beginnen ze te klagen; eerst tegen Mozes en Ašron, maar indirect tegen God. Nou is het opvallend dat God hier helemaal niet kwaad of ongeduldig om lijkt te zijn. Kennelijk zijn de klachten terecht, want God treft een duurzame regeling,  zij het met voorwaarden. Zo mag ieder precies oprapen wat nodig is voor ťťn dag, zodat er genoeg is voor iedereen. Dat is een hele opgave voor mensen die voortdurend de neiging hebben om te hamsteren en hun leven veilig te stellen. God vraagt in wezen dat wij durven vertrouwen op zijn leiding en zorg voor ons.                                         
Voor het verstaan van het Evangelie van Johannes is belangrijk te weten dat het hier niet gaat om een historisch verslag van gebeurtenissen die er hebben plaats gevonden bij het meer van Galilea. Het is veeleer een getuigenis van het geloof in Jezus zoals dat leefde in de gemeente van christenen die de apostel Johannes heeft gesticht. Natuurlijk hebben we behoefte aan eten en drinken, maar ook aan warmte, aandacht, intimiteit en verbondenheid. Sommigen vinden geen echte voldoening in materiŽle zaken, zoals geld en bezit, carriŤre en naamsbekendheid enz. Velen kennen ook een religieus verlangen, de behoefte om zin en betekenis te geven aan hun leven: Wat is mijn opdracht hier op aarde en wat zal eens mijn toekomst zijn, als dit aardse leven eindigt?  Waar kom ik vandaan en waar ga ik naartoe? Er zijn waarden die voor mij  belangrijk zijn, die richting geven aan mijn leven. Die probeer ik door  te geven aan een volgende generatie.
 
De kerkvader Augustinus, bisschop van Hippo in Nrd. Afrika, eind 4e - begin 5e eeuw, heeft veel nagedacht over het religieuze verlangen dat veel mensen kennen. Van hem komt de beroemde uitspraak: ' Onrustig is mijn hart, totdat het rust vindt in U, mijn God.' Voor Hem was het heel helder: ons verlangen naar eten en drinken, naar intimiteit en allerlei andere zaken wordt in dit aardse bestaan nooit helemaal vervuld. Iedere keer komen er andere (diepere) verlangens in ons op. Het religieuze verlangen kun je niet stillen met eten en drinken, shoppen, reizen en vrijen. Dan zoek je de vervulling op de verkeerde plaats zegt Augustinus.
 
In de rabbijnse traditie was brood het symbool voor de Thora, de boeken van Mozes, de Joodse Wet. Als je dat 'brood' niet elke dag tot je neemt, dan blijf je als het ware steken in de woestijn. Dan heeft je leven geen inhoud en zin.                 Nu leefde er binnen het jodendom de verwachting dat het manna - dat de voorvaderen hadden gegeten  in de woestijn - zou terugkomen bij het verschijnen van de Messias. Op het eind van de 1e eeuw na Chr. is er dan een kleine gemeente van christenen in Kl. AziŽ, waarschijnlijk de genoemde gemeente van de apostel Johannes, die het aandurft openlijk te verkondigen dat die nieuwe tijd reeds Ūs aangebroken en dat de Messias al Ūs verschenen.     En dat dus het manna, het echte Brood uit de hemel, opnieuw is neergedaald. Wat men eeuwenlang heeft vermoed, gehoopt en verwacht, is reeds gebeurd, zo verkondigen zij. Het nieuwe manna is er. Het is Jezus zelf, het Woord van God. Dat brood geeft eeuwig leven en is nu al werkelijkheid voor degene die gelooft. Na meer dan 50 jaar bidden en mediteren is de apostel Johannes tot de conclusie gekomen: Jezus is het echte Brood uit de hemel. Hij is in staat onze diepste honger te stillen. Hij heeft ons nl. een beeld van God geschilderd die Liefde is en Die van ons houdt zoals we zijn. En Jezus nodigt ons uit onszelf te geven als voedsel voor anderen. 
 
Als wij straks naar voren komen en het H. Brood van de Eucharistie ontvangen, dan doen wij dat met een geopende hand. Het zal  heilzaam zijn en ons deugd doen als wij op die manier ons geloof uitdrukken: 'Heer Jezus, ik ben een zoekende mens, iemand die hongert naar uw  Woord dat mijn leven richting geeft en naar het Brood uit de hemel dat mij kracht geeft om lief te hebben.  Als wij 'Amen'  antwoorden, betekent dat in feite  'Ja' zeggen  op wat Jezus ons belooft: nl. 'Ik ben het Brood dat blijvend leven geeft'. Laten wij bidden dat dit verlangen en dit geloof en vertrouwen in ons mag groeien. AMEN.
 
Pastor A.G.M. Franssen
____________________________________________________
 
Zaterdag 17 juli 2021  (Nijswiller)- 16e zondag door het jaar
Lezingen uit: Jeremia 23, 1-6 en Marcus 6, 30-34.
 
ALS WE DURVEN DELEN GEBEUREN ER WONDEREN
 
Het verhaal dat Jezus een talrijke menigte te eten geeft wordt niet alleen door Johannes verteld, maar ook door andere Evangelisten, zij het met enkele variaties. Velen zien het als een soort goocheltruc van Jezus. Als we dat doen, plaatsen we het echter heel ver van ons vandaan. Geven we ons dan geen vrijbrief om het in te delen bij de sprookjes en over te gaan tot de gewone dingen van alledag? Ik denk echter dat dit verhaal heel actueel is. Niet enkel als we denken aan de gebieden in Afrika waar er honger wordt geleden, omdat oogsten mislukken, maar ook aan hongerende en dorstige mensen in onze  omgeving, allen die verlangen naar wat bemoediging en een opbeurend woord. 
 
Het is een bijzondere omgeving waar dit verhaal speelt. Jezus trekt nl. rond in de streek waar Hij is opgegroeid, in de buurt van het meer van Galilea. Het is daar een prachtige natuur, vooral in het voorjaar en dat is het. Johannes vertelt: er was daar veel gras en het was kort voor het Joodse Paasfeest. Dat is in IsraŽl de mooiste tijd van het jaar. Als Joodse mensen daar dan rondtrekken is het niet verwonderlijk, als ze terugdenken aan de tijd dat het volk bevrijd  is uit Egypte, dat ze door de Rietzee zijn getrokken en de langdurige tocht hebben gemaakt door de woestijn. Dat God het volk heeft gevoed met manna uit de hemel. Waarschijnlijk zijn de mensen die zich daar hebben verzameld zo zeer geboeid geweest door de figuur van Jezus, dat velen gewoon vergeten hebben  eten mee te nemen. Langzaam loopt het tegen de avond en bij die gedachte slaat de vrienden van Jezus de schrik om het hart, want ze weten niet wat ze moeten doen. Ze hebben ontdekt, dat er veel nood is onder die menigte. 
 
Als er in de lezingen sprake is van honger, hoeven we niet alleen te denken aan hongergebieden in Afrika. Ook in onze steden en dorpen is er sprake van nood. Denk bijv. aan voedselbanken, maar ook aan mensen die behoefte hebben aan een stukje waardering en aan hen die verlangen naar wat rust bij alle stress in hun gezin of op het werk. Er zijn mensen die uit balans zijn geraakt door psychische moeilijkheden. Vult U maar in uit eigen ervaringÖÖ 
 
Omdat Jezus' leerlingen niet weten hoe ze moeten reageren, leggen ze hun zorgen voor aan Jezus. Filippus heeft wel een jongen gezien, een kind nog, die wat brood en vis bij zich heeft. Dat kind geeft zijn vijf broodjes en twee vissen af. Kinderen kunnen dat blijkbaar makkelijker dan grote mensen. Dat kind begint te delen en anderen volgen. Het delen werkt aanstekelijk. Iemand moet blijkbaar de eerste stap zetten. Misschien heb je daar wel een kind voor nodig of het kind dat in ieder van ons nog aanwezig is. Als je nl. blijft rekenen en redeneren, dan kun je het wel vergeten. Als we graag willen dat er iets ten goede verandert en van de grond komt, dan moeten we geregeld risico nemen door zelf te beginnen. Dan ontvangen wij meer terug, dan we zelf hebben uitgezet. Dat is het wonder. Door de eeuwen heen hebben mensen geprobeerd een verklaring te vinden voor wat de evangelisten ons verhalen. Er staat nergens dat Jezus brood vermenigvuldigt. Wel dat Hij een dankgebed erover uitspreekt, de broden breekt en ze laat uitdelen aan de mensen. Zijn mensen, aangestoken door het voorbeeld van dat kind en door wat Jezus doet, gaan delen van wat ze voor zichzelf hebben meegebracht? Wie wil weten wat er hier gebeurd is, moet dit verhaal in zijn dagelijks leven gewoon gaan doen: breken en delen van wat je hebt. Waarschijnlijk komen we dan tot de ontdekking dat het weinige dat wij hebben meer dan genoeg is. Dat wij meer in huis hebben aan geloof en liefde dan wij zelf vaak denken. We hebben bijv. weer gehoord en gezien, hoe buurtgenoten en anderen slachtoffers van de watersnood te hulp zijn gekomen. Mogelijk ontdekken we dan ook dat stukje kind in onszelf dat nog in wonderen durft te geloven. Het wonder waarvan Johannes ons verhaalt kan ook vandaag gebeuren, als mensen zoals wij maar beginnen met delen. De honger in Afrika is geen gevolg van schaarste, maar het probleem ligt meer bij corrupte regimes, in de kloof tussen arm en rijk en bij de onwil en de angst om wereldwijd te delen. De honger naar bemoediging en bevestiging, de honger naar aandacht en onderlinge nabijheid, de honger naar spiritualiteit in onze streken, is geen gevolg van schaarste in mensen, maar van gebrek aan engagement en solidariteit. Hoe zou onze omgeving er uitzien, als wij met anderen delen van wat ons gegeven is aan talenten en mogelijkheden? We beseffen heel goed dat het daarbij niet altijd gaat om geld en goed, maar ook om gebaren van nabijheid, medeleven en troost. Geve God ons de moed en de kracht  anderen te laten delen in wat ons is toevertrouwd. AMEN
 
Pastor A.G.M. Franssen
____________________________________________________
 
Zaterdag 17 juli 2021 (Nijswiller) - 16e zondag door het jaar
Lezingen:  Jeremia 23, 1-6; EfeziŽrs 2, 13-18; Marcus 6, 30-34
 
OVERWEGING
 
Uiteraard staan we vandaag stil bij de catastrofe, die de watersnood door drie dagen regenval Limburg, ons land, maar ook Duitsland en BelgiŽ met zich mee heeft gebracht.
De materiŽle schade is enorm, maar in Duitsland en BelgiŽ ook de schade aan levens; en overal het verdriet, soms wanhoop, die de ramp met zich mee heeft gebracht. Die heeft echter ook ertoe geleid, dat hulpdiensten, leger maar ook onze dorpsbewoners elkaar zijn gaan helpen, met raad en daad elkaar zijn gaan bijstaan. Het besef van onze kwetsbaarheid,  'hoezeer wij elkaar nodig hebben', hoezeer wij elkaar nabij kunnen zijn kwam nķ tot uiting op velerlei manieren. Terwijl de onderlinge betrokkenheid in het leven van alle dag al geruime tijd aan het afnemen is, komt nu het bewustzijn naar boven, dat we bij elkaar horen, aandacht kunnen hebben voor elkaar. We kunnen elkaar helpen, verdriet en rampspoed met elkaar delen en zo 'elkaars naasten' zijn. En dat is een groot goed, dat we zouden moeten kunnen vasthouden in het leven van alledag nu de tijdgeest zo  grote nadruk legt op  het bezig zijn met onszelf, met ons eigen welzijn. Je merkte aan de uitzendingen op de TV hoe de onderlinge hulpverlening  bij verleners en ontvangers bron is van tevredenheid en innerlijke vrede. Het sluit aan bij hetgeen in het Evangelie van vandaag aan de orde is.
 
Als de 12 leerlingen van Jezus bij Hem terugkeren, vertellen ze hoe zij op hun tocht door het land het Rij van God aan de orde hebben gesteld en lichamelijk zieken hebben genezen en bezetenen bevrijd. En dan gaat het precies om aandacht voor de ander. Onderweg leven ze sober om zich niet te laten afleiden van hun eigenlijke taak: het weldoen aan de medemens die uitkijkt naar een bemoedigend woord, naar steun in zijn/haar kwetsbaarheid, in  onmacht en tekort; de medemens bevestigen in het goede, dat hij/ zij doet. Daarmee zijn Jezus en zijn leerlingen herders, die hun mensen 'werkelijk leiden' (1e lezing), rechtvaardig en eerlijk aanwijzingen geven, die voeren tot de vrijheid van de kinderen Gods. Jezus, die zijn leerlingen (waartoe ook wij moge  behoren) erop uitstuurt  krijgt de bijnaam: 'de Heer onze gerechtigheid'. Als christenen worden wij geroepen te werken/mee te werken aan een klimaat van 'er zijn voor elkaar', elkaars naaste zijn in vreugde en verdriet; een klimaat van hulpverlening, van mededogen en vergeving. Dat geldt voor tijden dat het ons goed gaat maar zeker ook als onheil ons treft.
Naast de watersnood zijn we door nog meer onheil getroffen: de moord op Peter R de Vries, die opkwam voor gerechtigheid en de toename van de besmettingen met het coronavirus. Het volgende gebed moge ons bij deze vormen van onheil tot steun zijn:
 
Getroffen zijn we, Heer onzen God,
door verschillend onheil tegelijkertijd:
de vernietigende kracht van het water,
de moorddadige aanslagen van criminelen,
de greep, nog steeds, van het coronavirus in zijn verschillende varianten.
 
Wat zijn we kwetsbaar, Heer, lichamelijk en geestelijk,
in het eropna houden van waarden en normen;
in het volgen van een geweten dat ten goede is gevormd;
in wijsheid van doen en laten.
Wees ons nabij, Heer,
wees ons 'n kracht in onze behulpzaamheid
t.a.v. mensen in  nood;
wees onze standvastigheid in onze stellingname
tegen ongerechtigheid en normloosheid.
 
Mogen wij de oproep tot liefde van uw Mensenzoon Jezus Christus aannemen en ernaar handelen.
Mogen we uw nabijheid ervaren wanneer wij er zijn voor elkaar.
Wees ons tot zegen, Vader, Zoon en H. Geest. Amen
              
Pastoor A. Reijnen
_____________________________________________________
 
Weekeind  17/18  juli 2021 - 16e zondag door het jaar
Lezingen uit: Jeremia 23, 1-6 en Marcus 6, 30-34.
 
RUIMTE VOOR RUST
Wie van ons kent niet de ervaring dat dagen en weken voorbij vliegen en dat je  het gevoel hebt dat je geleefd wordt. Dat je a.h.w. wordt meegesleurd door de vragen en wensen van anderen. Je kunt dan het gevoel krijgen, dat je niet meer baas bent over je eigen tijd en je eigen leven. Het kan zijn dat je dit een poos laat gebeuren, omdat je mensen niet teleur wilt stellen en vooral wilt voldoen aan hun verwachtingen. Op den duur merk je echter dat dit niet goed voelt. We zijn uiteindelijk vrije mensen en we voelen ons niet happy, als we merken dat anderen de teugels over ons leven in handen hebben.  Nu verhaalt  ons het Evangelie van deze dag dat Jezus zijn apostelen na hun stageverslag uitnodigt met Hem mee te gaan naar een eenzame plaats om wat uit te rusten. Dat er  niets van terecht komt, doet niets af aan het feit dat het heel goed en soms hard nodig is om pas op de plaats te maken en te pauzeren. Hoe vaak horen we niet dat mensen gedwongen worden rust te nemen vanwege een burn-out of andere kwaal. Wij leven vaak met de idee, dat er niets gebeurt als wij ons niet 100% inzetten en actief zijn. Dat een poosje niets doen juist een troefkaart kan zijn, lijkt wel vloeken in de kerk. Toch ervaren velen dat even afstand nemen en af en toe niets doen een voorwaarde is voor creativiteit en vernieuwing. Vooral zaken en processen die veel creativiteit vergen zijn gebaat bij systematisch lanterfanten en ongedwongen je gang kunnen gaan zonder de hete adem in je nek van winstcijfers en deadlines. Kunstenaars merken dat soms heel sterk.  Deze wijsheid proef ik ook in het gebod van de sabbat, zoals de Joden daar door de eeuwen heen aan hebben vastgehouden. Als christenen kennen wij de zondag als rustdag. Eťn dag in de week om ons wekelijks ritme te doorbreken, ťťn dag  zonder werk en dwingende verplichtingen. Helaas komt het daar niet altijd van, want in toenemende mate stoppen mensen die dag vol met allerlei activiteiten. Bovendien doen veel winkels ook op zondag hun deuren open en dat  betekent dat ook op die zgn. rustdag heel wat mensen moeten werken. We moeten erkennen dat een actief leven ons een prettig gevoel en voldoening geeft. Sommige mensen worden onrustig, als ze niet actief bezig kunnen zijn. Maar er bestaat ook nog zoiets als rustig werken, rustig fietsen en wandelen, in alle rust een boek of de krant lezen  en een rustig gesprek voeren. Soms heb je dat gewoon nodig: even op verhaal kunnen komen na een drukke periode op je werk of een bericht dat je diep heeft geraakt of na een ernstige ziekte of crisis. Rust, ontspanning en bezinning doen je  in zulke omstandigheden veel deugd. Som heb je behoefte aan een mens die goed kan luisteren naar wat je ten diepste beweegt en die een poosje met je meeloopt. Daarom is het een goede zaak dat tegenwoordig veel kloosters een gastenverblijf hebben, waar mensen kunnen logeren, deelnemen aan de vieringen als ze dat willen en tot rust kunnen komen. Ze vinden er desgewenst ook een gesprekspartner.  
 
Door alles wat er op ons afkomt kunnen we ons soms voelen als  schapen zonder herder, zoals het Evangelie zegt . We kunnen door alle drukte uit het oog verliezen wat de zin is van ons bestaan en wat Gods bedoeling is met ons leven. Als we  voortdurend bezig zijn en van de ene activiteit in de andere  rollen, dan kan het gebeuren dat wij ons nauwelijks meer afvragen waar we eigenlijk mee bezig zijn en of dat ook is wat God van ons verlangt. Jezus zegt in het Evangelie van deze dag: 'Kom maar eens mee naar een eenzame plaats'. M.a.w. maak eens even pas op de plaats, dan kan God wat dichter bij je komen. Dan ontdek je dat jouw leven ertoe doet, zeker in de ogen van God. Hij heeft ons  nl. nodig voor dat beetje vrede, dat stukje begrip voor de ander, dat goede woord dat iemand weer moed geeft, die vriendelijke lach die een ander blij maakt. Hij heeft jouw luisterend oor nodig, want in een rustig gesprek komen mensen tot hun recht. In al het gekakel en gekrakeel in onze wereld heeft God mensen nodig die rust uitstralen en vanuit hun godsvertrouwen durven zeggen dat we niet bang hoeven te zijn, omdat ons leven in zijn hand ligt. Die rust hebben we nodig om ons ongenoegen en onze ergernis niet meteen vlam te laten vatten en op den duur te kunnen vergeven. Om te kunnen zien - en dankbaar te zijn voor wat anderen voor ons doen. Rust lijkt misschien saai, maar ze voedt ons geloof. Het is geen verkapte luiheid, maar ze brengt ons bij de Bron, zodat  we met voldoening kunnen werken en de zin van ons leven beter begrijpen. De dichter van de Psalmen (23,6) zegt: 'Rust biedt de kans om God te ontmoeten en dat levert voorspoed en zegen op'.  De mens die het aandurft zijn vragen, angsten en zorgen in Gods hand te leggen zal ervaren dat God zorg voor ons heeft. Bidden wij dat dit geloof in ons zal groeien. AMEN.
 
Pastor A.G.M. Franssen
____________________________________________________
 
Zaterdag 10 juli 2021 (Nijswiller) - 15e zondag door het jaar
Lezingen uit: Amos 7, 12-15 en Marcus 6, 7-13.
 
ONREINE GEESTEN  AANWIJZEN EN  VERDRIJVEN
 
Vorige zondag eindigde het Evangelie met de mededeling dat Jezus vertrekt uit Nazareth. Hij stuit daar op veel scepsis en ongeloof. Dan gaat Hij  naar de dorpen in de omgeving om onderricht te geven. Mogelijk speelt ongeduld Hem parten, want Hij roept de twaalf bij zich en stuurt hen twee aan twee op pad om mensen te vertellen dat God van hen houdt. Wat ze van Hem gehoord, gezien en geleerd hebben, daar moeten ze hen van vertellen. Marcus zegt dat Jezus zijn apostelen macht geeft mensen op schadelijke opvattingen en verkeerde praktijken te wijzen en hen daarvan te bevrijden. We weten dat onreine geesten ons nog steeds parten spelen. Je kunt denken aan machten die mensen tegen elkaar opzetten en uiteen drijven, opvattingen die mensen discrimineren of kleineren; krachten die water, bodemschatten, voedsel en medicijnen niet willen delen of aan een mentaliteit die alleen maar uit is op geld en eigen welvaart en zich niets gelegen laat liggen aan de toekomst van onze wereld. Jezus' verkondigers ontvangen de wijsheid en de moed om die kwade machten aan te wijzen en te ontmaskeren. Door hun woord en voorbeeld krijgen ze de macht iets te doen aan  de ellende waar velen onder gebukt gaan. Jezus waarschuwt  dat ze niet overal met applaus zullen worden ontvangen. Daarom zegt Hij:  'Als je ergens niet welkom bent en geen gehoor vindt, ga dan gewoon verder. Achtervolg mensen niet met je geloof. Zet geen voet tussen de deur. Ieder is vrij om te geloven. Getuig maar van wat je van Mij gehoord en gezien hebt. Vertel mensen wat dat met jou doet en laat hen hun eigen keuzes maken. Heb vooral zorg voor wie ziek zijn of in nood, verlicht hun lijden en genees hun kwalen.
 
De strijd tegen onreine geesten, ook duivels genoemd, staat centraal in de zending van Jezus en zijn volgelingen. Het 1e Boek van de Bijbel verhaalt hoe reeds in het paradijs de verleider optreedt als misleider van de mens en veel ellende te weeg brengt. Het is die kwade geest die ons wil doen geloven dat we zo goed zijn als God, vrij en aan niemand verantwoording verschuldigd voor ons doen en laten. Of dat we niet meer zijn dan een veredeld dier. Jezus is er alles aangelegen dat we gaan beseffen dat wij geschapen zijn naar Gods beeld en gelijkenis en geroepen zijn om in die Geest te denken en te handelen. Dat is heel iets anders dan wat de duivel ons influistert. Wij mensen leven a.h.w. op de adem van God zelf. Daarom mogen wij anders naar onszelf en onze wereld kijken. Jezus wil dat we die boodschap  niet voor onszelf houden, maar ervan getuigen en genezend en weldoend bij anderen proberen te zijn.
 
Velen willen hun geloof doorgeven. Niet alleen predikanten en pastores, ook ouders en grootouders.  Wat ons eigen leven richting en houvast geeft, willen we graag delen met wie aan onze zorgen zijn toevertrouwd. In de praktijk blijkt dat nog niet zo eenvoudig, want kinderen, kleinkinderen of anderen staan daar niet altijd op te wachten en zeggen: 'Ik heb mijn eigen geloof'. Of ' Ik heb niets met de Kerk' e.d.
 
Jezus geeft zijn leerlingen geen instructies over wat ze tijdens  hun zending moeten zeggen. Vrij vertaald zegt Hij iets in de trant van: 'Zorg dat mensen je kunnen vertrouwen en stel zelf vertrouwen in anderen. Getuig van wat Ik jullie heb geleerd en heb laten zien. Zeg wat je hart je ingeeft en wees niet boos, als anderen het niet met je eens zijn. Probeer een gesprek aan te gaan en vraag waar ze het niet mee je eens zijn en waarom?  Stel (open) vragen, zodat anderen hun verhaal en hun zienswijze kunnen vertellen. Velen zeggen: ' Geloven is een privť- zaak'. In het dagelijks leven blijkt echter hoezeer wij elkaar nodig hebben en van elkaar afhankelijk zijn. Zou het ook voor de beleving van ons geloof niet belangrijk zijn van elkaar te horen wat ons bemoedigt, wat ons verbindt en waarmee we worstelen? Hoe vaak verlangen we niet naar medestanders, mensen aan  wie we ons kunnen optrekken?  Het is frappant, dat Jezus zijn apostelen niet alleen, maar twee aan twee op pad stuurt. Twee weten meer dan ťťn en met zijn tweeŽn ben je minder kwetsbaar. Je kunt elkaar aanvullen en corrigeren. Samen kun je tegenvallers makkelijker verwerken en geef je niet zo snel op.  Over wat ze mee mogen nemen op hun missie zegt Jezus: 'Neem geen voedsel mee, geen geld om je tegen ieder risico in te dekken. Geniet van de gastvrijheid die je geboden wordt. Trek geen chique kleding aan die jaloezie kan wekken of om indruk te maken. Ga puur zoals je bent, met open handen die kunnen groeten en zegenen. Wees dankbaar als je goed ontvangen wordt, blijf nergens 'plakken', maar trek verder.'  Wij staan er misschien niet zo bij stil, maar Marcus zegt  dat Jezus zijn leerlingen niet alleen op  pad stuurt, maar ook macht geeft om ' onreine geesten' uit te drijven. Meningen en praktijken die mensen beschadigen of ziek maken. Met de boodschap die wij van Jezus hebben ontvangen, kunnen wij meer genezen en elkaar weldoen, dan wij denken. Bidden wij om de groei van dat vertrouwen en om daadkracht. AMEN.
 
Pastor A.G.M. Franssen
____________________________________________________
 
Zaterdag 3 juli 2021 (Nijswiller) - 14e ZONDAG DOOR HET JAAR
Lezingen: EzechiŽl 2,2-5; 2 KorintiŽrs 12, 7-10; Marcus 6, 1-6.
 
We hebben tegenwoordig te maken met deskundigen op diverse terreinen. Zij doen in hun uitspraken denken aan profeten. Bijvoorbeeld op het gebied van de gezondheid, nu deze door het covid-19virus en zijn varianten wordt bedreigd. Op de TV verschijnen virologen, deskundigen van RIVM en OMT die ons en de situatie van het virus in de gaten houden. Ze stellen al naar gelang maatregelen voor aan de regering, of versoepeling ervan. Profeten zijn ze, kort door de bocht gezegd, mensen zoals profeten van alle tijden, die waarschuwen als het mis gaat en ondersteunen waar het goed gaat. Maar hun functie is niet gemakkelijk. Ze moeten vaak maatregelen voorstellen en aankondigen die niet 'leuk' zijn, die men liever niet wil horen, zelfs agressie en geweld oproepen tegen hun persoon. De lontjes zijn vaak kort. Virologen hebben ermee te maken, mensen van het RIVM en zelfs degenen die de door hen voorgestelde maatregelen toepassen, zoals mensen die vaccineren. Ze worden bedreigd en aangevallen. Toch volbrengen zij een taak waar de mens vanaf de schepping voor moet zorgen: de instandhouding en het doorgeven van het leven. Daarom kunnen ze ook profeten genoemd worden. Een vraag die men zich stellen kan: Wat steekt er toch allemaal in de mens???
 
Sigmund Freud (1856-1939), die ontleedde hoe de mens psychisch in elkaar zit, vond zowel een neiging om te leven, maar ook een neiging om te vernietigen. 'Profeten' hebben het van oudsher niet gemakkelijk. EzechiŽl, met IsraŽl in BabyloniŽ in ballingschap, is zich dat bewust als hij zich geroepen voelt om Gods woord in herinnering te brengen. Maar hij wordt gewaarschuwd. Hij krijgt te maken met een opstandig, nukkig en weerbarstig volk. Desondanks wordt EzechiŽl ('God make sterk') naar zijn mensen gezonden, want God wil dat niet alles wat ze doen zo maar wordt goed gevonden; n.l. God vergeten, zich niets aantrekken van de medemens in nood is niet goed. 'Ze zullen weten, dat er een profeet in hun midden is', staat in de tekst. 
 
Ook de 'profeet' Jezus ('God redt' of 'God helpt') heeft te maken met weerstand. Dit keer in zijn vaderstad Nazareth. De aanpak om zijn boodschap in twijfel te kunnen trekken en er zich niets van aan te trekken is hier subtieler: 'Hij is van hier, wat verbeeldt hij zich'. In het dialect: "dea is enge va Űs, wat mengt dea zich? Is dat neet d'r tummermans Joep ziene jong?"   We kunnen ons voorstellen wat Jezus dŠn zegt: 'Een profeet wordt overal geŽerd, behalve in zijn eigen stad, bij zijn verwanten en in zijn eigen kring'. Hij kon er geen enkel wonder doen behalve dat hij een klein aantal zieken genas die Hij de handen oplegde. Hij stond verwonderd over hun ongeloof'.
 
Het komt, ook nu, vaak genoeg voor, dat mensen het goede niet doen dat ze zouden kunnen of willen doen. Ze hebben te maken met vooroordelen die hen daarbij hinderen.  De talenten die ze hebben worden niet erkend. De betekenis van hun persoon en roeping worden gebagatelliseerd of ontkend. Hun optreden haalt degenen die met hen geconfronteerd worden uit hun onterechte gemoedsrust. Dat wil men niet, daar ziet men tegen op. Gevolg: weerstand, soms geweld en naar het leven staan. Het is van alle tijden en komt ook nu voor. We hebben er in de coronatijd voorbeelden van gezien. Toch verdienen de profeten van de coronatijd respect, dankbaarheid en erkenning. Ze hebben ons de aanwijzingen en de middelen bezorgd waardoor verder onheil ons gespaard is gebleven.
 
En wat de profetische betekenis van Jezus betreft. In zijn tijd is hij buiten Nazareth gegaan en 'rondgegaan in de dorpen in de omtrek, om er onderricht te geven'. En in onze tijd blijft bij alle onverschilligheid, onvermogen en afwijzing, de boodschap van Jezus doorklinken in het leven van gelovige mensen, die Jezus' woord door hun voorbeeld doorgeven in onze wereld. Degene die ontvankelijk voor is voor de Goede Tijding van Jezus zal en troost, vreugde, bemoediging en vrede aan beleven. Mogen wij van die mensen zijn.  Amen.
 
Pastoor A. Reijnen
_____________________________________________________
 
Zaterdag/zondag 3/4 juli 2021 - 14e zondag door het jaar
Lezingen uit: EzechiŽl 2, 2-5 en Marcus 6, 1-6.
 
WAAR KOMEN DIE WIJSHEID EN DIE WONDEREN VANDAAN?
 
Uit onze geloofstraditie weten we  dat profeten  vervelende mensen zijn, ook de profeet EzechiŽl getuigt daar van. Ze beweren vaak dat God hun opdrachtgever is. En het enige bewijs dat ze  leveren is dat ze zich niets gelegen laten liggen aan het menselijke verlangen geliefd te worden , gewaardeerd en het goed te hebben. Profeten zijn ook vervelend, omdat ze onrust veroorzaken. Ze kijken mensen niet naar de ogen. Ook de dragende figuren van een samenleving worden niet gespaard. Als ze niet rechtvaardig zijn en integer handelen, dan worden ze daarop aangesproken. Profeten  durven zelfs in de naam van God over politiek te spreken en partij te kiezen voor de partijlozen, dat wil zeggen voor de armen, de kleinen en alle anderen die niet meetellen. Jezus - zo leert het Evangelie - deelt in het lot van de profeten. Hij gaat naar Nazareth, het dorp waar Hij is opgegroeid. Zijn leerlingen vergezellen Hem en zijn getuigen van wat daar gebeurt. Jezus stuit in zijn vaderstad al snel op weerstand. Aan de ene kant is Hij een gewone dorpsgenoot. Ze kennen er zijn familie, zijn beroep enz. Net als de andere jongens van het dorp is Hij opgevoed met de heilige boeken, zoals de Wet van Mozes (Thora), de profeten en de Wijsheidsboeken. Hij heeft leren nadenken en vragen stellen. Anderzijds worden ze geconfronteerd met het uitzonderlijke van zijn optreden. Hij spreekt in de synagoge woorden vol wijsheid, ofschoon niet opgeleid als rabbi en zijn handen verrichten wonderen. U begrijpt dat gewone en dat uitzonderlijke passen niet bij elkaar. Dat werkt aanstootgevend. Daarom slaat verbazing en bewondering al gauw om in een afwijzing, omdat ze Jezus niet meer herkennen  zoals Hij indertijd was. Ze kunnen niet aanvaarden dat Hij intussen een ontwikkeling heeft doorgemaakt. Het beeld van vroeger kunnen ze moeilijk loslaten. Ze nemen nog liever afscheid van Hem dan hun opvattingen over Hem te veranderen. Daarom ziet ook Jezus zich genoodzaakt afscheid te nemen van zijn dorpsgenoten, omdat ze niet kunnen aanvaarden wie Hij geworden is. Marcus zegt: 'Hij stond verwonderd over hun ongeloof en ging naar de dorpen in de omtrek, waar Hij onderricht gaf.' Wij hebben misschien de neiging met een afkeurende vinger te wijzen naar de mensen van Nazareth, maar is wat hier gebeurt niet een gevaar dat ook ons bedreigt? Jezus is de zoon van een timmerman en heeft het vak van zijn vader geleerd, zoals dat vaak ging. Nou is timmerman, metselaar, stukadoor, caissiŤre, vult u maar inÖ een prachtig ambacht of beroep. Maar bij deze beroepen denken we niet direct aan mensen die de richting van de samenleving grondig bepalen en veranderen. Daarvoor moet je gestudeerd hebben. Minstens HBO, maar nog liever een universitaire studie hebben afgerond. Zo wordt er in onze wereld gedacht. Onze godsdienst echter is begonnen met een timmerman die rondtrok. Wij weten dat Hij ook in  eigen land niet door iedereen serieus werd genomen. De godsdienstige leiders, alsook schriftgeleerden en FarizeeŽn waren zo fel tegen Hem gekant, dat ze Hem ter dood hebben laten brengen. De eerste eeuwen van het christendom was de kritiek van Romeinse keizers: 'Wat is dat voor een stelletje armoedzaaiers?' Ook vandaag worden christenen door bepaalde mensen niet voor vol  aangezien. Het gaat nl. in de christelijke boodschap niet om de power, niet om het grote geld, niet om wat in de ogen van mensen macht heeft. Ook al heeft de Kerk zich in de loop der eeuwen vaak geÔdentificeerd met de machthebbers om ook zelf weer macht te kunnen uitoefenen, telkens zijn er vanuit het midden van de Kerk tegenbewegingen ontstaan, zoals de beweging van Franciscus die op de markt van Assisi zijn kleren uittrok om alle rijkdom en macht af te werpen. De pracht en praal van vroeger zijn goeddeels uit de Kerk verdwenen en misschien zijn we met de afgeslankte rest weer dichter bij haar oorsprong, zoals het met Jezus begonnen is. Hij was maar een timmerman en zijn boodschap heeft echt niet iedereen bereikt. Maar velen die zijn Evangelie hebben vernomen zijn er diep door geraakt en het heeft hun leven veranderd. Wij ervaren: als je met geloof, hoop en liefde  in het leven staat, dan heb je een genezende invloed op je omgeving. Nou behoorde Jezus dus niet bij de elite of de mensen die het in de samenleving voor het zeggen hebben, maar die bescheiden afkomst hebben Hem wel een grote vrijheid gegeven. Hij hoeft zich niet gewichtiger voor te doen dan Hij in feite is. Hij kan helemaal zeggen en doen wat Hij vanuit zijn band met God, zijn hemelse Vader, noodzakelijk acht. Het geeft Hem een grote vrijmoedigheid. En die missen we vaak in de Kerk, ook bij leidinggevenden, bang voor de beschuldiging dat ze niet recht zijn in de leer. De kracht van het christendom  ligt juist in de vrijmoedigheid om iedere keer te wijzen op wat mensen tot geluk brengt. De kracht van een gelovige houding als christen ligt daar waar aan kleine en arme mensen recht wordt gedaan. En er zijn er in onze wereld nog zovelen die geen recht wordt gedaan. Als we ons niet schamen voor die timerman weten we dat we steeds opnieuw kunnen beginnen en kunnen kiezen voor liefde. Geve God ons moed en kracht. AMEN  
 
Pastor A.G.M. Franssen
____________________________________________________
 
Zaterdag 26 juni 2021 (Nijswiller) - 13e zondag door het jaar
Lezingen uit: Wijsheid 1, 13-15 + 2, 23-24 en Marcus 5, 21-43.
 
VAN JEZUS GAAT EEN KRACHT UIT DIE LEVEN GEEFT
 
Marcus vertelt in het Evangelie van deze dag twee verhalen die te mooi zijn om waar te zijn, zo voelt het. Een vrouw die haar hele vermogen heeft uitgegeven aan artsen zonder er baat bij te vinden. Door haar bloedvloeiing geldt ze bij de Joden in die dagen als onrein met isolement als gevolg. Door het aanraken van de zoom van Jezus' mantel echter vindt ze genezing. Een meisje van 12, een puber, is doodgegaan mogelijk ten gevolge van anorexia. Jezus pakt haar hand  en doet haar opstaan. Verhalen die ons begrip te boven gaan. De overste van de synagoge, een zekere  JaÔrus - gezien zijn functie waarschijnlijk geen fan van Jezus -  komt toch zijn hulp vragen. Want wat doe je als je je kind dreigt te verliezen? Dan ben je  tot alles bereid, als je daarmee je kind kunt redden. Hij laat zijn vooroordelen varen, komt naar Jezus en valt voor Hem op de knieŽn. Hij smeekt Hem zijn dochter de handen op te leggen. Jezus gaat met hem mee, maar ze worden opgehouden, omdat ze zich een weg moeten banen door de menigte. Bovendien wordt Jezus zich plotseling bewust dat er een kracht van Hem is uitgegaan. Omdat Hij niet voor een tovenaar wil doorgaan, blijft Hij staan en vraagt wie Hem heeft aangeraakt. De vrouw die anoniem had willen blijven komt nu naar voren en vertelt van haar vertrouwen. Jezus maakt haar geen verwijt, maar zegt dat het juist dat vertrouwen is dat haar genezen heeft. Een stimulans voor haar en een boodschap voor de menigte. Vrijwel gelijktijdig krijgt de overste de boodschap dat zijn dochter gestorven is. Jezus hoort dat ook en zijn reactie is geen condoleance, maar de aansporing: 'Wees niet bang, maar blijf geloven'. Als ze bij JaÔrus' huis komen, stuurt Hij de mensen die binnen staan te jammeren naar buiten en gaat met de ouders en drie van zijn leerlingen naar binnen. Hij maakt geen hocus pocus, maar neemt het meisje bij de hand en vraagt haar op te staan. Ze reageert direct, staat op en loopt rond. Iedereen is verbaasd en Jezus geeft opdracht haar te eten te geven. Ook de mensen die Hem eerst hebben uitgelachen zijn stomverbaasd en verwonderd. Wij vragen ons af: waarom vertelt Marcus dit verhaal, terwijl Jezus aanspoort dat niemand het te weten mag komen?  Wij hebben geen verklaring en geen woorden voor wat er gebeurd is. Marcus zegt kort: ' Er is een kracht van Jezus uitgegaan'. De vrouw die Jezus' mantel heeft aangeraakt wordt geprezen om haar vertrouwen en JaÔrus en zijn vrouw krijgen hun dochter gezond terug en kunnen slechts gelovig aanvaarden dat er van Jezus een kracht is uitgegaan.
 
Er is echter meer gebeurd dan de genezing van die twee vrouwen. Bij allen die erbij zijn geweest vindt er een verandering plaats. Door de kracht die er van Jezus is uitgegaan, is alles in beweging gekomen. Bij alle aanwezigen is er sprake van een evolutie, ook bij Jezus zelf.  Aanvankelijk is Hij argwanend en vraagt: 'Wie heeft mijn kleren aangeraakt?' Ook bij de vrouw die genezen is, kun je spreken van een ontwikkeling. Eerst krijgt ze de moed om zich door de menigte naar voren te dringen en doet ze wat de Wet van Mozes verbiedt: zich als ' onreine' onder de mensen begeven en Jezus' mantel aan te raken. Dan wordt ze bang, maar komt tevoorschijn en bekent eerlijk de waarheid. Dat brengt ook Jezus tot een andere houding. Zijn argwaan verdwijnt en Hij spreekt tot de vrouw een woord  dat haar bemoedigt: 'Dochter, uw vertrouwen heeft U genezen!'. Er verandert nog meer: de dochter van de overste wordt tot leven gewekt en JaÔrus en zijn familie veranderen van rouwende in heel gelukkige mensen. Tot slot is er de aanwezige menigte. Velen hebben Jezus uitgelachen en nu zijn ze plotseling vol verwondering en bewonderen ze Jezus om de genezing waarvan ze getuigen mochten zijn.
 
Wat heeft Marcus' verhaal ons te zeggen? We kunnen wel allerlei theorieŽn ophangen over wat er hier gebeurd  is. Marcus is met zijn beschrijving heel kort en bescheiden. Hij zegt: ' Er is van Jezus een kracht uitgegaan'. En het is alsof Jezus ons via zijn woorden tot JaÔrus wil zeggen: 'Laat je niet misleiden door wat je mensen meestal hoort zeggen in zo'n situatie: 'Dat kan niet en dat is toch onmogelijk'.' Wees niet bang en blijf vertrouwen!'  Immers de vrouw die aan bloedvloeiing leed, is haar boekje ernstig te buiten gegaan: ze doet wat volgens de Wet van Mozes niet kan, niet mag en niet hoort, maar het is wel haar redding! Tegen alle regels in begeeft ze zich naar Jezus van wie ze genezing verwacht. Ook JaÔrus gaat over de schreef: hij verlaat de synagoge, knielt als Jood voor Jezus en trekt zich niets aan van wat zijn geloofsgenoten daar ook van vinden. Hij toont moed. Dat is geloven: niet bang zijn!  Ook Jezus gaat over de schreef: Hij laat zich niet weerhouden om te doen wat mensen bevrijdt en wel doet en wat Hij ziet als Gods bedoeling. Hij laat zich niet blokkeren en verlammen door de scepsis, het ongeloof en het hoongelach van medemensen. Hij wil steeds daar zijn waar mensen in nood zijn. In Jezus geloven vraagt dat we aanvaarden dat Hij werkt door het stellen van eenvoudige, niet spectaculaire daden. Spektakelmakers stuurt Hij weg, zoals bij de dochter van JaÔrus. Soms werkt Jezus blijkbaar zonder zichtbaar iets te doen, enkel door de kracht die er van Hem uitgaat.
 
In het Evangelie van deze dag gebeurt er veel met de handen. Wij willen de realiteit vaak naar onze hand zetten, grijpen, vastpakken, onze wil opleggen. Wie echter probeert te geloven, staat open en wil niet alles naar zijn hand zetten. Hij stelt zich open om (aan)geraakt te worden door zijn naaste en door God. En dat kan ons fundamenteel veranderen. Als je door God wordt  'aangeraakt', kun je met milde ogen kijken naar wat er op je weg komt: zowel het goede, als wat je beschadigd heeft. Wij mensen van deze tijd - met al zijn kennis en kunde - wij hebben moeite met zaken die wij niet verklaren kunnen. Toch moeten we erkennen: wie wil spreken over God, begeeft zich in een onnoembaar Mysterie. Jezus maakt deel uit van dit Mysterie en dat geldt ook voor de tekens die Hij stelt, de wonderen die plaats vinden als een bevestiging van zijn Goede Boodschap. Er gaat van Hem een kracht uit die nieuw leven schenkt. Zalig zijn wij als we op Hem en op die kracht durven vertrouwen.  AMEN.
 
Pastor A.G.M. Franssen
____________________________________________________
 
Zaterdag 19 juni 2021 (Nijswiller) - 12e ZONDAG DOOR HET JAAR
Lezingen: Job 38,1.8-11; 2 KorintiŽrs 5, 14-17; Marcus 4, 35-41
 
We gaan langzamerhand weer terug naar het oude normaal, al blijven enkele basisregels van de coronatijd wel gehandhaafd:  de anderhalve meter afstand, het handenwassen en het mondkapje waar die 1 Ĺ meter afstand niet kan worden bewaard. Er blijft onzekerheid, zegt de demissionaire regering, over het najaar. Opmerkzaam en voorzichtigheid blijven geboden. Daarmee wordt aangeduid, dat we kwetsbaar blijven. We maken deel uit van een geheel, de aarde, de natuur waarop en waarmee we weliswaar werken, maar waar we geen 'baas' over zijn, zoals we ons de laatste anderhalf jaar sterker zijn gaan beseffen. Niet iedereen wil daar echter van weten. Bij sommigen heerst een opvatting van absolute individuele vrijheid, die onze realiteit niet onder ogen wil zien. In wezen is die opvatting egoÔstisch en leven vernietigend. Men voelt zich verheven boven de maatregelen ter bescherming, die de overheid treft.
 
In God gelovige mensen worden uitgenodigd om anders te denken en te doen; te denken en te doen als schepselen Gods en niet toe te geven aan de neiging tot hoogmoed, die ons zou doen menen, dat we zelf God zijn en alles naar onze hand kunnen zetten. Er zijn voorbeelden genoeg in de H. Schrift, die daarop wijzen.
 
Vandaag hebben we een stukje gelezen uit het Boek Job, uit de Joodse Wijsheidsboeken, opgenomen in ons zogenoemde Oude Testament. Job is een rijk man, gezegend in zijn kinderen, zijn kudden en verdere bezit. Hij is een man die goed voor de zijnen en voor zijn dienaren zorgt, kortom 'een rechtvaardige', zoals men in die tijd zou zeggen. Maar dan wordt hij getroffen door de ene catastrofe na de anderen. Door gewelddaden verliest hij zijn kinderen, zijn kudden worden geroofd, zijn dienaren gedood. Tenslotte blijft Job als een ellendig hoopje mens, van alles beroofd, over. Hij heeft een drietal vrienden, die de oorzaak zoeken in de al en niet geheime tekorten van Job. Maar 'de rechtvaardige Job' ontkent de beschuldigingen; tenslotte klaagt hij God aan en wijst op al het goede dat hij heeft verricht. En dan komt het stukje lezing van vandaag met enkele zinnen uit het antwoord van God. Die komen neer op de vraag 'waar was je Job, toen ik de wereld schiep en alles erop een plaats gaf. Job heeft daar geen antwoord op. Uiteindelijk geeft hij toe, dat hij - bij alle eigen inspanning -  alles van God ontvangen heeft. En dan vertrouwt hij zichzelf en zijn lot toe aan God. Tot dit inzicht gekomen komt Job opnieuw tot bloei, maar beleeft dit nu anders.
 
In het Evangelie van Marcus lazen we vandaag over de storm op het meer. 'De golven beukten tegen de boot, zodat die vol water kwam te staan. Tegenover de angst van de leerlingen, die zich overgeleverd ervaren aan de levensbedreigende elementen, staat de rust van Jezus in Godsnaam meester over de elementen. Opvallend is in het verhaal de vraag van Jezus: 'Waarom hebben jullie zo weinig moed? Geloven jullie nog steeds niet? Zou je niet angstig zijn als je leven bedreigd wordt? Valt het woord 'geloven' hier niet te gemakkelijk? Dat lijkt er misschien op. Toch houdt 'geloven' het vertrouwen in, dat - waar wij het leven en  zijn omstandigheden niet zelf in de hand hebben - wij ons desondanks kunnen toevertrouwen aan God, die ons redt, omdat Hij van ons houdt, ons in het leven geroepen heeft, ons niet verloren laat gaan. Met dat voor ogen hebben we in onze kerken steeds in onze vieringen het 'gebed ten tijde van de coronacrisis' gebeden. Daarin wordt zowel onze bekommernis, als ook ons vertrouwen in God uitgesproken. Zo past dat in de vrijheid van de kinderen van God, die hun plaats kennen ingebed in Gods liefde.        Amen
 
Pastoor A. Reijnen
_____________________________________________________
    
Weekend 19/20 juni 2021 - 12e zondag door het jaar
Lezingen uit: Job 38, 1. 8-11 en Marcus 4, 35-41.
 
WAAROM HEBBEN JULLIE  ZO WEINIG VERTROUWEN?
 
Na zijn parabels over de kracht van het zaad en hoe het kleinste zaadje kan uitgroeien tot een forse struik zegt Marcus dat Jezus voortdurend onderricht geeft in de vorm van gelijkenissen. Zelf lijkt hij dat ook te doen, want het verhaal over de storm op het meer is meer dan een stukje geschiedenis. Ons leven is een voortdurend onderweg zijn. Steeds opnieuw moeten wij onze vertrouwde haven verlaten en naar een nieuwe bestemming varen. Soms glijdt onze levensboot over rustig water, maar vaak worden we door golven en tegenwind heen en weer geslingerd. Bij daglicht is dat al beangstigend, maar zeker als het donker is. Er kan van alles gebeuren in een mensenleven: kou en hitte, tegenwind en regen. Soms steekt er zelfs storm op en komen we in situaties terecht die ons bang maken. We vrezen te verdrinken in de zorgen. We roepen- net als de apostelen - om hulp, maar God lijkt nergens te vinden. We bidden om uitkomst, maar het lijkt of Jezus slaapt. Als Marcus zijn verhaal over Jezus schrijft, hebben diens leerlingen het zwaar te verduren. Ze worden geconfronteerd met tegenstand en vijandigheid uit de synagogen en met wantrouwen van de kant van de Romeinen. In de loop van de jaren hebben de verhalen over Jezus' leven, sterven en verrijzen ook aan actualiteit verloren. Jezus zegt: 'Laten we oversteken!' Ook wij worden telkens opgeroepen onze veilige haven te verlaten en uit te varen, onbekende situaties tegemoet: bv. je moet van baan veranderen of komt zonder werk te zitten. Je kinderen gaan het huis uit en je bent weer met je partner alleen. De ander overlijdt of je verliest je partner door een scheiding en moet alleen je weg zien te vinden. Je kinderen tonen geen interesse voor geloof en kerk, waarden die jou dierbaar zijn.  Je moet vanwege ouderdomskwalen je huis en je vertrouwde omgeving verlaten. Zo is er veel 'overkant' waar we tegenop zien. Vaak  wordt het dan donker in ons leven en voelen we een sterke tegenwind. Je bidt, roept, klaagt je nood bij God, maar geen antwoord. Het lijkt wel of Hij slaapt. Zo lijkt het Evangelie vandaag een geschiedenis die zich eindeloos herhaalt. Ook de vraag van Jezus: 'Waarom zijn jullie zo bang? Hoe komt het dat je nog zo weinig vertrouwen hebt?' We moeten toegeven dat ons Godsvertrouwen veel te wensen overlaat. We zijn bang voor 1001 dingen. Als we bij tegenwind, duisternis en storm het vertrouwen zouden hebben, dat God bij ons in onze boot zit, dan zouden heel wat angsten die ons benauwen verdwijnen, maar dat vertrouwen is vaak zoek.  De vraag van Jezus: 'Hoe komt het dat je nog zo weinig vertrouwen hebt?', houdt me bezig. Bv. de coronacrisis heeft vrijwel niemand onberoerd gelaten. Die vreselijke pandemie heeft schrik en angst veroorzaakt bij velen, vooral bij mensen die extra kwetsbaar zijn vanwege leeftijd of allerlei gezondheidsklachten.  Als je dan gevaccineerd bent, betekent dat vaak een grote opluchting, zeker als je in de afgelopen tijd dierbare mensen verloren hebt. Naast de angst om ziek te worden of dood te gaan, is er bij velen ook de zorg om financieel ten onder te gaan met alle gevolgen van dien. Dus dat wij bang zijn en in paniek raken, is heel menselijk en normaal. Anderzijds vraag ik me af: Als je zo bang bent, wie is dan degene die een belangrijk stuk van je angst kan wegnemen? Ik denk dat dit mensen zijn met wie je een zodanige band hebt gekregen dat je je bij hen veilig voelt. In de loop van de jaren heb je lief en leed met hen gedeeld en ervaren: wat mij ook overkomt, die mens zal zich altijd om mij bekommeren. Dat is niet alleen de vrucht van de kwaliteiten van de ander, als wel van de band en het vertrouwen dat er in de loop van de tijd gegroeid is.
 
Ik vraag me af:  Zou dat ook niet opgaan voor ons geloof en vertrouwen op God? Alleen maar contact zoeken en bidden, als je in nood verkeert, is wel heel menselijk, maar schept het wel de vertrouwensband die nodig is om met onze angsten en zorgen op een positieve manier te kunnen omgaan, ze uit te houden en er niet onderdoor te gaan? Er is immers veel dat ons zorgen baart, denk aan klimaatverandering, milieurampen, etnische en politieke tegenstellingen, migratie, te veel om op te noemen.
 
Henri Nouwen heeft geloven in God wel eens vergeleken met een circusact: in de nok halen de artiesten halsbrekende toeren uit en vliegen door de ruimte. Wie de sprong waagt, kan dat alleen maar doen, als hij durft vertrouwen op de partner die hem aan de andere kant opvangt . Zo is ook geloven: erop durven vertrouwen dat God ons opvangt.  Zo'n vertrouwen  komt ons niet aanwaaien. Het kan ontstaan, ons gegeven worden en groeien door regelmatig contact. Gods Naam betekent niet alleen: 'Ik ben zoals Ik ben en Ik zal er voor jullie zijn', Hij wil ook gezocht, aangesproken, gevraagd en gebeden worden'. M.a.w. wij  dienen ook open, ontvankelijk en bereikbaar te zijn voor Hem, want Hij dwingt niemand en nodigt enkel uit. Wat ons doet leven bij alle angsten en zorgen is dat wij durven vertrouwen dat Jezus bij ons in de boot zit en dat God altijd met ons meevaart naar 'de overkant'. Laten wij bidden dat wij mogen groeien in openheid voor God en in dat vertrouwen. We mogen ook blijven vragen: 'Wie is Hij toch, die Jezus?' AMEN.
 
Pastor A.G.M. Franssen
_____________________________________________________
 
Zaterdag 12 juni 2021  - 11e zondag door het jaar
Lezingen uit: EzechiŽl 17, 22-24 en Marcus 4, 26-34
 
HET ZIJN DE KLEINE DINGEN DIE HET DOEN
 
Misschien herinnert U zich nog het refrein van het blije lied: 'Het zijn de kleine dingen die het doen, die het doen..' 'Dat kleine beetje zon waar je al weken lang op wacht; die uitgestoken hand die je van hen niet had verwacht. Dat kleine bosje bloemen en precies op dat moment. Die onverwachte brief als je alleen of eenzaam bent' Het zijn de kleine dingen die het doen, die het doen, het zijn de kleine dingen die het doen. Wat U er ook van vindt: het is een lied dat past bij het Evangelie van deze dag, een verhaal over de 'kleine dingen'. Even planten water geven, als de buren op vakantie zijn;  de krant en de post uit je bus  halen, als je enkele dagen van huis bent. Of dat pakketje voor de buren aannemen, omdat ze op dat moment niet thuis zijn. Dit soort attenties kunnen we vermenigvuldigen, kleine dingen die het verschil maken.                   
 
We horen in de  1e lezing  van de profeet EzechiŽl dat God zegt: ' Ik pluk een twijgje uit de top van die ceder en plant het op een hoge berg. Het zal op den duur net zo'n mooie boom worden als die waaruit Ik het geplukt heb. Marcus vertelt in het Evangelie van een graankorrel die in de aarde valt en van een minuscuul klein mosterdzaadje dat, eenmaal gezaaid, uitgroeit tot een grote struik waarin de vogels hun nestje bouwen. Ogenschijnlijk stelt het allemaal niet veel voor. Toch gebruikt Jezus deze beelden om iets te vertellen over het Rijk van God, een Rijk dat niet gevestigd kan worden met bruut geweld. Je kunt het niet veroveren met een leger maar het moet groeien vanuit 'kleine dingen'.
 
Deze gedachte staat haaks op wat we om ons heen vaak zien gebeuren. Om in het nieuws te komen, moet je bijzondere dingen doen, activiteiten ontplooien die de aandacht trekken en opzien baren. Misschien mag je zeggen dat het christendom zich onderscheidt van menige andere godsdienst door de weg van de kleine dingen te kiezen. Het is een weg van het zaaien van bescheiden woorden en het stellen van kleine gebaren, van de uitgestoken hand die een ander nabij is. Het is een weg van kleine stappen. Menigeen zal zeggen: 'Dat werkt toch niet. Dat schiet niet op!' Toch blijkt deze weg van de kleine stappen te werken in heel verschillende omstandigheden. Ouders volgen die weg, als hun kinderen gaan puberen. Als je je kinderen op die leeftijd met harde hand in het gareel tracht te houden, lukt dat niet of maar even. De meeste ouders kiezen er dan voor om met veel geduld en liefde thuis een warm klimaat te creŽren. Zo nu en dan maken ze een suggestieve opmerking of stellen ze een vraag. Vrijwilligers in een vereniging of parochie kun je ook niet drillen of naar je hand zetten, maar je kunt samen veel bereiken door hen te bemoedigen en te stimuleren. De weg van de kleine stappen wordt ook gebruikt door christelijke bewegingen om - internationaal -  vechtende partijen met elkaar tot vrede te brengen. U herinnert zich misschien nog de San Egidio-beweging die op deze manier vrede tot stand gebracht heeft in Mozambique. Gewoon door in gesprek te gaan met de krijgsheren en hen van binnenuit te laten groeien tot het besef dat er voordeel te behalen valt bij vrede in het land. Ook voordeel voor hen persoonlijk. We kunnen ook denken aan het werk van Pax Christi, andere vredesbewegingen en hulporganisaties. Enkele voorbeelden die laten zien hoe de weg van Jezus, de weg van 'de kleine dingen' zijn uitwerking heeft. Het is echter goed ons te realiseren dat die weg van de kleine stappen niet vanzelf komt en ook niet over rozen gaat. Als U vraagt hoe? Ik vermoed dat wij iets gaan proeven van Jezus' bedoelingen, als we het aandurven eens rustig  stil te staan bij de parabels die Hij heeft verteld over het Rijk van God. We moeten ons niet laten verleiden door alleen maar te zoeken naar klinkende - en opzienbarende resultaten. We krijgen oog voor die weg van de 'kleine stappen', als we ons niet te groot voelen om kleine initiatieven mee aan te pakken. De goede dingen die we tegenkomen ondersteunen en stimuleren en niet onszelf zoeken door enkel mee te doen aan wat opzien baart.
 
Als we kijken naar Jezus'  levenseinde, lijkt dat een faliekante mislukking: afgewezen worden door de religieuze leiders, miskend, gemarteld en als een misdadiger gekruisigd worden. Zijn bestaan lijkt bijna voor niets te zijn geweest. Omdat Hij echter niet zichzelf zocht, niet uit was op populariteit, maar het doen van de wil van de hemelse Vader en het weldoen van zijn naasten, heeft God Hem niet voorgoed ten onder laten gaan. Opkomen voor mensen in nood: dat was de drijfveer van zijn doen en laten. Dat is de kleine smalle weg van het geloof in God en zijn naasten. Het is de kleine weg van de hoop dat het anders kan dan wij vaak denken en doen. Wie het aandurft om de liefde voorop te stelen, zal ervaren dat kleine gebaren bergen kunnen verzetten. Op dit vlak kun je niets voorschrijven, maar we kunnen het goede dat we zien wel aanmoedigen en stimuleren. We kunnen zelf die kleine stappen zetten. We hoeven ons er niet voor te schamen. Geve God ons moed en kracht. AMEN   
 
Pastor A.G.M. Franssen
_____________________________________________________
 
Zaterdag 5 juni 2021 (Nijswiller) - SACRAMENTSDAG
Lezingen: Exodus 24, 3-8; HebreeŽn 9, 11-15; Marcus 14, 12-16.22-26.
 
Niet alleen de terrassen van de restaurants zijn weer open, maar ook binnen mogen maaltijden nu weer geserveerd worden mits de juiste afstanden in acht worden genomen. Veel mensen hebben hier naar uitgezien, want samen maaltijd houden schept en versterkt  verbondenheid en vriendschap. Dat gegeven nodigt uit om bij het houden van een maaltijd, of dat nu thuis is of in een restaurant, of in symbool in onze kerk, even stil te staan.
 
Voordat eten en drinken op tafel staan en wij ervan genieten is er het een en ander aan vooraf gegaan.  Onze vruchtbare aarde heeft mede dank zij menselijke moeite de producten opgeleverd, die nodig zijn voor het vervaardigen van een maaltijd. Groente, aardappelen, rijst, vlees en vis, ijs en toetje, water, bier en wijn. Dag in dag uit zijn mensen bezig met de zorg voor ons dagelijkse voedsel en drank. We betalen met wat we verdiend hebben met werken of met het geld van het pensioen dat we hebben opgebouwd. En bij de maaltijden die we zelf thuis bereiden is het eigenlijk niet anders. Ze vragen inzet om ze op tafel te kunnen krijgen. Wat we daarbij nodig hebben is betaald met het geld dat we dank zij onze inspanning hebben verdiend. Zo zie je dat in een maaltijd ons leven samenkomt: datgene wat de aarde oplevert, onze inspanning bij het koken, ons werk en de betaling met het door ons verdiende geld. En bij het samen aan tafel gaan groeit onze vriendschap, saamhorigheid en verbondenheid, in onze gezinnen, met familie en vrienden. Een maaltijd is daarmee meer dan het voeden van ons lichaam.  Tijdens een maaltijd wordt er immers ook heel wat informatie uitgewisseld en worden verhalen verteld.  En tijdens menige maaltijd worden  heel wat zaken geregeld of geritseld.
 
Niet anders is het wat gebeurde tijdens - wat achteraf bleek - het Laatste Avondmaal te zijn van Jezus met zijn leerlingen. Een restauranthouder in Jeruzalem maakte in een bovenzaal van zijn zaak het Paasmaal gereed voor Jezus en zijn leerlingen. Het Paasmaal werd alom gevierd; en ook dat was meer dan een voeden van het lichaam.  De producten van de eerste oogst werden benut; de bevrijding uit de slavernij van Egypte werd gevierd. God wilde en wil immers geen slavernij, maar vrije mensen. Het verhaal van de bevrijding werd die avond dan ook trouw verteld. Maar, er kwam die avond nog wat bij. Tegen het einde van de maaltijd nam Jezus opnieuw brood en beker ter hand, dankte God voor de rijke gaven in zijn schepping, deelde brood en beker en zei erbij: neemt en drinkt als teken van onze vriendschap en verbondenheid.  In dit brood en deze wijn geef ik mezelf aan jullie, mijn genegenheid, mijn vriendschap, mijn trouw aan jullie bij alles wat me te wachten staat. En blijf dit doen om mij te gedenken. Zo kwam in deze maaltijd het leven van Jezus en dat van zijn leerlingen samen. Het werd een nieuw Verbond, dat voor altijd zou gelden.               
 
Sinds die tijd vieren wij christenen deze maaltijd in gedachtenis aan onze Leraar en Meester. Men heeft er in de loop van de eeuwen een verplichting van gemaakt, maar dat moest eigenlijk niet hoeven. Als we ervoor bijeenkomen vieren we als een Godsfamilie ons geloof in dat nieuwe Verbond met God en met elkaar, worden de verhalen verteld die ons van oudsher zijn overgeleverd ter inspiratie en ondersteuning van ons vaak zorgvolle leven. Juliana van Cornillon uit  Luik heeft de paus in de 13e eeuw de paus geÔnspireerd aan het Laatste Avondmaal  apart aandacht aan te besteden, buiten de Witte Donderdag. We hebben er Sacramentsdag aan te danken en ook onze Sacramentsprocessie, die t.g.v. corona al twee jaar niet is kunnen doorgaan. Dat neemt niet weg dat we vandaag op Sacramentsdag bijeen een moment stilstaan bij die bijzonder maaltijd, die de naam Eucharistie- Dankzegging heeft gekregen. Laten we die vandaag met bijzondere aandacht vieren.
 
Pastoor A. Reijnen
_____________________________________________________
 
Weekeind 5/6 juni 2021 SACRAMENTSDAG  
 
EEN HECHTE VERBINTENIS MET GOD EN MET ELKAAR
 
Voor een overeenkomst, een contract bv. over aankoop of verkoop van een huis gaan we naar een notaris, die een akte laat opmaken met de exacte gegevens, ondertekend door ons en door hem/haar in bijzijn van getuigen. Teken dat het gaat om een serieuze verbintenis met de verplichtingen daaraan verbonden. De 1e lezing uit Exodus verhaalt dat Mozes de geboden en regels die hij van God heeft ontvangen op schrift zet en voorleest aan het volk dat verklaart ze ter harte te nemen. Om deze belofte te bekrachtigen worden er stieren geofferd en hun bloed wordt gegoten tegen het altaar en gesprenkeld op het volk. Teken van een bloedserieuze afspraak en verbintenis met God.
 
Als wij kennissen vragen om bij ons te komen eten, dan nodigen wij als regel geen mensen uit waar we slechts een oppervlakkig contact mee hebben.  Die knikken we vriendelijk goedendag en maken met hen misschien een praatje, maar voor een gezamenlijke maaltijd is er een intiemere band nodig. Marcus verhaalt ons vandaag dat Jezus met zijn leerlingen het zgn. Pesachmaal viert als herinnering aan de bevrijding uit de Egyptische slavernij. Na het eten van het gebraden lam breekt Jezus brood en deelt het rond met de woorden: 'Neemt hiervan, dit is mijn Lichaam. Ook laat Hij een beker wijn rondgaan en zegt: 'Dit is mijn Bloed, het bloed van het verbond dat voor velen vergoten wordt'. Bij Mozes wordt de verbintenis van het volk met God bekrachtigd met het bloed van offerdieren. Jezus spreekt van zijn eigen bloed, het geven van zijn leven. Meer dan zijn leven kan een mens niet geven. Als mensen bereid zijn hun leven te geven voor een zaak, dan hoeven we niet te twijfelen aan de ernst waarmee ze hun idealen zijn toegedaan. Denken we aan de martelaren die voor hun geloof hun leven op het spel hebben gezet. We kunnen denken aan de mensen die in onze dagen corruptie, dictatuur en het schenden van de mensenrechten aanklagen met gevaar voor hun leven. Aan mensen die tijdens de WO II onderdak gaven aan Joden of de helpende hand boden aan mensen in het verzet. Niemand zet zijn leven op het spel voor oppervlakkige zaken. Voor een aantal mensen is hun binding met God iets geweest van levensbelang, iets dat ze uiterst ernstig hebben genomen en boven al het andere hebben gesteld, ja zelfs boven hun leven. Vandaag vieren wij dat Jezus de heilige Tekens van Brood en Wijn heeft nagelaten. Hij heeft gezegd: 'Dit ben Ik in jullie midden, vanaf nu tot in lengte van dagen. Steeds opnieuw als je dit Brood deelt en deze Beker laat rondgaan ben Ik in en onder jullie aanwezig. Doet dit keer op keer ter gedachtenis aan Mij. Daarom vieren  christenen over de gehele wereld al meer dan 2000 jaar Eucharistie om zijn aanwezigheid onder ons operationeel te houden. Het gaat in de Eucharistie niet alleen om Brood en Beker, maar ook om de verhalen van Jezus en van de gemeenschap die Hij op gang heeft gebracht. De kern van zijn programma draait om waarden als verzoenen, breken en delen, elkaar genezen, de goede Geest uitdragen. Hij nodigt ons uit te zorgen dat deze aarde leefbaar blijft en mensen elkaar in vrede opbouwen. Zijn leven, Hij zelf wordt ons letterlijk 'in handen gegeven'. In dat kleine stukje heilig Brood ontvangen wij het leven van Jezus. Wij ontvangen zijn levenservaring ťn wij ontvangen zijn oproep om mensen bijeen te brengen en mee te bouwen aan een wereld waarin iedereen tot zijn recht komt. Deze verantwoordelijkheid wordt ons met de kleine stukje heilig Brood ' in handen gegeven'. Laten wij bidden dat zijn Woord en zijn heilig Brood ons geloof zullen voeden en onze band met Hem  zullen versterken, zodat onze daadkracht groeit en de Heer ons kan herkennen als zijn leerlingen. 
 
Als het gaat over onze verantwoordelijkheid is het belangrijk ons te realiseren wat Phil Bosmans daarover schrijft: "Regelmatig worden we bedolven onder een lawine van informatie over alles wat er verkeerd loopt in de wereld. Dat werkt ontmoedigend. Want de lichtpunten die soms even verschijnen worden vaak onmiddellijk weer gedoofd. Hoe kunnen we daar gelukkig mee leven?"
 
Hij zegt: "Slik niet alles wat je wordt voorgeschoteld! Laad niet alles op je schouders. Neem het deel dat jij dragen kunt en laat de rest liggen! God verlangt  van ons niet het onmogelijke. Er is ťťn zaak die we niet ernstig genoeg nemen: dat is de vreugdeÖ  Het gaat dan niet om de dwaze lach van de idioot, maar om de lach die groeit uit een innerlijke tevredenheid en een diepe inwendige vreugde. Ik hoop dat je nog ergens in je hart een beetje kind bent gebleven, niet om kritiekloos in het leven te staan, maar wel om verwonderd en blij te zijn met het bloeien van een bloem, het fluiten van een vogel, om te geloven in de goedheid van mensen en in het wonder dat elke dag opnieuw begint als je de ogen open doet voor 1001 kleine dingen om je heen, waarmee de engelen je weg versieren". Medechristenen, wij mogen vragen: "Heer Jezus, schenk ons de levenwekkende Geest die U heeft bezield". AMEN.
 
Pastor A.G.M. Franssen
 
     
Klik hier voor de digitale Willibrordbijbel.
Desgewenst kunt u daarna klikken
op "Willibrordvertaling".
 
    
 
Het boekje " Bidden thuis ".
     Klik op de link en neem er de tijd voor.
     Laat andere dingen voor wat ze zijn,
     laat het stil worden.
     Dit boekje bevat een aantal gebeden
     die men bij gelegenheid kan bidden.
     Het boekje is nog verkrijgbaar via
     het parochiesecretariaat in Eys.
 
DE NIEUWE VERSIE VAN HET
"ONZE VADER":
(schuin en vet gedrukt zijn de veranderingen)
 
Onze Vader die in de hemel zijt;
uw naam worde geheiligd;
uw rijk kome;
uw wil geschiede op aarde zoals in de hemel.
Geef ons heden ons dagelijks brood;
en vergeef ons onze schulden,
zoals ook wij vergeven aan onze schuldenaren;
en breng ons niet in beproeving;
maar verlos ons van het kwade
 
klik hier voor de terugblik op
de overwegingen van
2015 t/m 2020.
lees hier de overwegingen
van januari-mei 2021